Sint-Niklaaskerk

De Sint-Niklaaskerk, die uittorent boven de gevels aan de westkant van de Korenmarkt, is een van de oudste en indrukwekkendste monumenten van Gent. Maurice Maeterlinck, de Nobelprijswinnaar Literatuur in 1911 en een geboren (Franstalige) Gentenaar, vergeleek het massieve gebouw in zijn jeugdmemoires Bulles bleues met een leeuw die, gehurkt, klaar zit om de ongelovigheid te bespringen en met een versterkte toegangspoort tot een oninneembaar paradijs ...


Die literaire vergelijkingen waren niet eens zo ver gezocht. Want voerde het Gentse stadswapen geen fiere leeuw? En keek het leeuwenbeeld die nu de vijver van het Citadelpark bewaakt, niet 150 jaar lang op de Korenmarkt uit vanop de top van de gevel van het Pakhuis? Ook het paradijs was binnen oogbereik. Een basreliëf of halfverheven beeldbouwwerk dat ooit boven het portaal van de romaanse Sint-Niklaaskerk prijkte en nu in de Sint-Baafsabdij wordt bewaard, beeldt de heropstanding van de doden aan het einde der tijden uit. Gods uitverkorenen kregen bij die gelegenheid hun toegangsticket tot de hemel. En luidde de Franse benaming van de Donkersteeg, gelegen in de schaduw van de kerk, niet Rue du Paradis


De eerste Sint-Niklaaskerk werd omstreeks 1100 gebouwd in romaanse stijl. Samen met de Sint-Michielskerk en de Sint-Jacobskerk maakte de Sint-Niklaaskerk deel uit van de 'golf' van nieuwe stadskerken opgericht in het westen en het noorden van de groeiende stad. De keuze van de patroonheilige die zijn naam aan de kerk gaf, was niet toevallig. De heilige Nicolaas van Myra (vandaag in Turkije), vandaag vooral bekend als de gulle kindervriend, was in de middeleeuwen de patroonheilige van handelaars en schippers, die zich in groten getale in de omgeving van de Korenmarkt hadden gevestigd. 


De romaanse Sint-Niklaaskerk werd in de 13de eeuw verbouwd, opnieuw in Doornikse steen (een blauwgrijze natuursteen), maar nu wel in een nieuwe stijl, Schelde-gotiek. Tot aan de afwerking van het Belfort, die vanaf 1314 verrees, deed de Sint-Niklaaskerk ook dienst als stedelijke wacht- en klokketoren. 


Om het middeleeuwse kerkgebouw in stand te houden, zijn al tientallen jaren ingrijpende stabiliserings- en restauratieswerken aan de gang.


Meer informatie: Firmin De Smidt, De Sint-Niklaaskerk te Gent: archeologische studie, Brussel, 1969 (Verhandelingen van de Koninklijke Vlaamse academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten van België. Klasse der schone kunsten, 23).

Munten in deze cluster