Gedicht 'Gent' van Richard Minne prijkt op lichtkrant in Over­poort­straat

Het gedicht 'Gent' van Richard Minne prijkt voortaan op een lichtkrant in de Overpoortstraat en vervolledigt zo de Gentse poëzieroute.

Gent is sinds kort een nieuw poëtisch werk rijker. Het gedicht 'Gent' van dichter Richard Minne prijkt voortaan op een lichtkrant in de Overpoortstraat en vervolledigt zo de Gentse poëzieroute.

Lichtkrant in de Overpoortstraat

Dat het gedicht van Richard Minne in de Overpoortstraat wordt tentoongesteld, bevestigt dat de gedichten van de poëzieroute terug te vinden zijn op onverwachte locaties. Soms zijn ze duidelijk zichtbaar, soms ook goed verborgen.

Het ligt niet voor de hand om een gedicht van een grote Gentse dichter aan te brengen in de levendige uitgaansbuurt. Het bevindt zich in het centrum van de actie, pal tussen de cafés. Maar het gedicht komt daar zeker tot zijn recht. Ironie, humor en opstandigheid zijn de kenmerken van Minne's oeuvre en zijn kritische ode aan Gent is daar een prachtig voorbeeld van.

De drager van het gedicht, een lichtkrant met grote rode letters, imiteert de taal van de omgeving van lichtkranten met recla­me­bood­schap­pen. Het gedicht 'Gent' uit 1942 is er eentje om even bij stil te staan in zowel de vroege als de late uurtjes.' 

Sami Souguir , schepen van Cultuur

De Gentse poëzieroute

De poëzieroute is een wandelroute langs gedichten die werden aangebracht in het Gentse straatbeeld. Op onverwachte plekken schuilt poëzie. Naar aanleiding van het Keizer Kareljaar en de opening van het S.M.A.K., werd de permanente poëzieroute op 17 oktober 2000 ingewandeld. Sindsdien werden er 20 gedichten gevisualiseerd in de Gentse binnenstad.

Lees meer over de poëzieroute op de website van het Poëziecentrum

Over Richard Minne

Richard Minne, geboren Gentenaar, was een Vlaams dichter en prozaschrijver. Minne is de dichter van 'In den zoeten inval' (1927). De bundel bestond uit overwegend sarcastische en ironische gedichten en werd uitgegeven door Raymond Herreman en Maurice Roelants. Samen met Karel Leroux behoorden deze schrijvers tot de redactie van het neoclassicistische tijdschrift ’t Fonteintje.