Stedelijk Opvanginitiatief (Dienst Asiel- en Vluchtelingenbeleid)

Het Stedelijk Opvanginitiatief van de Dienst Asiel- en Vluchtelingenbeleid van de Stad Gent beschikt over 85 opvangplaatsen.

Verzoek om internationale bescherming

Elke vreemdeling die in België aankomt, kan een verzoek om internationale bescherming indienen.

De Conventie van Genève (1951) of Vluchtelingenverdrag beschermt mensen die uit hun thuisland moeten vluchten omdat ze vervolgd worden omwille van hun ras, nationaliteit, politieke overtuiging, godsdienst of omdat ze tot een bepaalde sociale groep behoren.

Sinds 2006 bestaat er - naast het vluchtelingenstatuut - het statuut inzake subsidiaire bescherming. Dit statuut biedt bescherming aan mensen op de vlucht voor oorlog, foltering of onmenselijke behandeling en doodstraf of executie.

Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) kan het vluchtelingenstatuut of de subsidiaire bescherming toekennen of weigeren. Tijdens de volledige duur van dit onderzoek krijgt de verzoeker om internationale bescherming (vib) een voorlopige verblijfsvergunning.

Recht op opvang

Een verzoeker om internationale bescherming heeft recht op opvang (cfr. de opvangwet van 12 januari 2007).

Deze wet bepaalt ook dat een verzoeker het recht op materiële hulp geniet gedurende de hele procedure. De procedure vangt aan bij het verzoek om internationale bescherming tot aan een positieve of negatieve beslissing van het CGVS of de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV).

De materiële opvang wordt ook wel het ‘Bed, bad, brood’-principe genoemd en houdt in: huisvesting, voedsel, kleding en toekenning van een dagvergoeding. Daarnaast wordt medische, sociale en psychologische begeleiding voorzien en kunnen bewoners beroep doen op juridische bijstand, diensten als tolkdiensten of opleidingen.

SOI Gent

In Gent worden verzoekers om internationale bescherming opgevangen in het Stedelijk opvanginitiatief (SOI) van de Dienst Asiel- en Vluchtelingenbeleid van de Stad Gent (85 opvangplaatsen). Deze opvangplaatsen zijn verspreid over twee sites:

  • Doornzelestraat 15 (44 plaatsen, inclusief 16 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en 12 bewoners met specifieke noden)
  • Ursulinenstraat 75 (41 plaatsen, inclusief 3 gezinnen)

De opvang wordt gecoördineerd en gesubsidieerd door Fedasil (Federaal Agentschap voor de opvang van Asielzoekers) dat in mei 2002 werd opgericht. Fedasil staat in voor een kwaliteitsvolle opvang en begeleiding. De toewijzing aan het SOI verloopt via de Dienst Dispatching van Fedasil.

Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen

Het Stedelijk Opvanginitiatief vangt 16 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV) op:

  • ze zijn jonger dan 18 jaar
  • ze worden niet begeleid door een ouder of iemand die het ouderlijke gezag uitvoert
  • ze zijn inwoner van een ander land dan een lidstaat van de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein
  • ze hebben een verzoek om internationale bescherming (een asielaanvraag) ingediend of hebben geen geldige binnenkomstdocumenten of verblijfsrecht
  • ze zijn door de Dienst Voogdij geïdentificeerd als niet-begeleide minderjarige

Elke niet-begeleide minderjarige krijgt een voogd toegewezen door de Dienst Voogdij.

Hoe verloopt de opvang?
De opvang van niet-begeleide minderjarigen verloopt in 3 fases:

  • In fase 1 komen ze in een observatie- en oriëntatiecentrum (OOC).
  • Na 2 tot 3 weken in het OOC verhuizen ze naar een gezamenlijke opvang, waar ze in een afzonderlijke leefgroep komen (= fase 2).
  • Alleen als hun verzoek om internationale bescherming (asielaanvraag) aanvaard wordt én als ze ouder zijn dan 16 en voldoende zelfstandig zijn, kunnen ze doorstromen naar opvangfase 3. In die 3de en laatste fase komen ze terecht in een lokaal opvanginitiatief (LOI) van een OCMW of bij ons in het SOI van de Stad Gent. De jongeren krijgen er meer vrijheid en autonomie, maar toch ook de nodige begeleiding. Die aanpak bereidt ze voor op een zelfstandig leven.

In het SOI
Het SOI heeft 16 opvangplaatsen voor niet-begeleide minderjarigen tussen 16 en 18 jaar. De meesten van hen zijn jongens van Afghaanse origine. Zoals andere jongeren van hun leeftijd gaan ze naar school en hebben ze hobby’s zoals voetbal, cricket, boks en muziek. Ze lopen school in het voltijds of deeltijds onderwijs en sommige jongeren gaan naar een onthaalklas voor anderstalige kinderen (OKAN). Voor hun hobby’s en activiteiten werken we samen met organisaties zoals vzw Jong. Tijdens de schoolvakanties begeleiden we de jongeren bij hun zoektocht naar een vakantiejob of vrijwilligerswerk.

Sommige van de jongeren hebben psychische problemen doordat ze moesten vluchten. Die brengen we in contact met het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) Oost-Vlaanderen, dat via groepsgesprekken en ontspanningsoefeningen hun weerbaarheid versterkt. Wie nood heeft aan individuele psychotherapeutische begeleiding verwijzen we door naar het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) Eclips of privétherapeuten.

De NBMV’s kunnen deelnemen aan Parkoer, een traject van IN-Gent op maat van de jonge nieuwkomers. Parkoer bestaat uit een cursus Maatschappelijke Oriëntatie, extra activiteiten en individuele trajectbegeleiding. Het wil de jongeren zo vlotter laten doorstromen naar het reguliere onderwijs, andere opleidingen of de werkvloer.
Het is de bedoeling dat deze jongeren op hun 18de het opvanginitiatief kunnen verlaten. Voor sommigen is het niet vanzelfsprekend om er plots alleen voor te staan. Het is vooral belangrijk dat ze weten:

  • waar ze terechtkunnen om verder Nederlands te leren
  • waar ze geschikt onderwijs vinden
  • hoe ze een job moeten zoeken
  • hoe ze hier een kennissen- en vriendenkring kunnen opbouwen
  • waar ze terechtkunnen in hun vrije tijd
  • waar ze gepaste hulp vinden

Ze kunnen hier via het project Ankerkracht van OCMW Gent verder ondersteuning in krijgen.