Stedelijk Opvanginitiatief (Dienst Asiel- en Vluchtelingenbeleid)

Het Stedelijk Opvanginitiatief van de Dienst Asiel- en Vluchtelingenbeleid van de Stad Gent beschikt over 85 opvangplaatsen.

Stedelijk Opvanginitiatief Gent

Elke vreemdeling die in België aankomt, kan een verzoek om internationale bescherming indienen.

In Gent vangen we deze vluchtelingen op in het Stedelijk opvanginitiatief (SOI) van de Dienst Asiel- en Vluchtelingenbeleid. Er zijn 85 opvangplaatsen), verspreid over 2 sites:

  • Doornzelestraat 15 (44 plaatsen, inclusief 16 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen en 12 bewoners met specifieke noden)
  • Ursulinenstraat 75 (41 plaatsen, inclusief 3 gezinnen)

Fedasil (Federaal Agentschap voor de opvang van Asielzoekers) coördineert en subsidieert de opvang. Fedasil staat sinds 2002 in voor een kwaliteitsvolle opvang en begeleiding. De toewijzing aan het SOI verloopt via de Dienst Dispatching van Fedasil.

Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen

Het Stedelijk Opvanginitiatief vangt 16 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV) op die:

  • Jonger zijn dan 18 jaar
  • Niet begeleid worden door een ouder of iemand die het ouderlijke gezag uitvoert
  • Inwoner zijn van een ander land dan een lidstaat van de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein
  • Een verzoek om internationale bescherming (een asielaanvraag) indienden of geen geldige binnenkomstdocumenten hebben of verblijfsrecht
  • Door de Dienst Voogdij geïdentificeerd zijn als niet-begeleide minderjarige

Elke niet-begeleide minderjarige krijgt een voogd toegewezen door de Dienst Voogdij.

Hoe verloopt de opvang?

  • Fase 1: ze komen in een observatie- en oriëntatiecentrum (OOC) aan.
  • Fase 2: Na 2 tot 3 weken in het OOC verhuizen ze naar een gezamenlijke opvang, waar ze in een afzonderlijke leefgroep komen.
  • Fase 3: Alleen als hun verzoek om internationale bescherming (asielaanvraag) aanvaard wordt én als ze ouder zijn dan 16 en voldoende zelfstandig zijn, kunnen ze doorstromen naar opvangfase 3. In die 3e en laatste fase komen ze terecht in een lokaal opvanginitiatief (LOI) van een OCMW of bij ons in het SOI van de Stad Gent. De jongeren krijgen er meer vrijheid en autonomie, maar toch ook de nodige begeleiding. Die aanpak bereidt ze voor op een zelfstandig leven.

Hulp aan minderjarigen in het Stedelijk Opvanginitiatief Gent

Het SOI heeft 16 opvangplaatsen voor niet-begeleide minderjarigen tussen 16 en 18 jaar. De meesten van hen zijn jongens van Afghaanse origine.

Dagelijkse bezigheden

De jongeren lopen school in het voltijds of deeltijds onderwijs en sommige jongeren gaan naar een onthaalklas voor anderstalige kinderen (OKAN). Voor hun hobby’s en activiteiten werken we samen met organisaties zoals vzw Jong. Tijdens de schoolvakanties begeleiden we de jongeren bij hun zoektocht naar een vakantiejob of vrijwilligerswerk.

Psychische ondersteuning

Sommige van de jongeren hebben psychische problemen doordat ze moesten vluchten. Die brengen we in contact met het Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) Oost-Vlaanderen. Hier versterken ze hun weerbaarheid via groepsgesprekken en ontspanningsoefeningen.

Wie nood heeft aan individuele psychotherapeutische begeleiding verwijzen we door naar het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) Eclips of privétherapeuten.

Parkoer: een traject op maat van de minderjarige

Deze jongeren kunnen deelnemen aan Parkoer. Dit is een traject van IN-Gent op maat van de jonge nieuwkomers. Parkoer bestaat uit een cursus Maatschappelijke Oriëntatie, extra activiteiten en individuele trajectbegeleiding. Het wil de jongeren zo vlotter laten doorstromen naar het reguliere onderwijs, andere opleidingen of de werkvloer.

Opvang tot 18e jaar

Het is de bedoeling dat deze jongeren op hun 18e het opvanginitiatief kunnen verlaten. Voor sommigen is het niet vanzelfsprekend om er plots alleen voor te staan. Het is vooral belangrijk dat ze weten:

  • Waar ze terechtkunnen om verder Nederlands te leren
  • Waar ze geschikt onderwijs vinden
  • Hoe ze een job moeten zoeken
  • Hoe ze hier een kennissen- en vriendenkring kunnen opbouwen
  • Waar ze terechtkunnen in hun vrije tijd
  • Waar ze gepaste hulp vinden

Ze kunnen hier via het project Ankerkracht van OCMW Gent verder ondersteuning in krijgen.

Vluchtelingenstatuut en subsidiaire bescherming

De Conventie van Genève (1951) of Vluchtelingenverdrag beschermt mensen die uit hun thuisland moeten vluchten omdat ze vervolgd worden omwille van hun ras, nationaliteit, politieke overtuiging, godsdienst of sociale groep.

Sinds 2006 bestaat er naast het vluchtelingenstatuut ook het statuut van subsidiaire bescherming. Dit statuut biedt bescherming aan mensen op de vlucht voor oorlog, foltering of onmenselijke behandeling en doodstraf of executie.

Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) kan het vluchtelingenstatuut of de subsidiaire bescherming toekennen of weigeren. Tijdens de volledige duur van dit onderzoek krijgt de verzoeker om internationale bescherming (vib) een voorlopige verblijfsvergunning.

Recht op opvang en materiële hulp

Een verzoeker om internationale bescherming heeft recht op opvang volgens de opvangwet van 12 januari 2007.

Deze wet bepaalt ook dat een verzoeker het recht op materiële hulp geniet gedurende de hele procedure. De procedure vangt aan bij het verzoek om internationale bescherming tot aan een positieve of negatieve beslissing van het CGVS of de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV).

De materiële opvang wordt ook wel het ‘Bed, bad, brood’-principe genoemd en houdt in:

  • Huisvesting
  • Voedsel
  • Kleding
  • Dagvergoeding
  • Medische, sociale en psychologische begeleiding 
  • Juridische bijstand 
  • Diensten als tolkdiensten en opleidingen