“In een familiebedrijf moet je je rol echt durven opeisen”

Katrien nam als derde generatie het familiebedrijf over. Hoe ze dat deed en hoe ze dat ervaarde vertelt ze in dit interview.

74 jaar geleden richtte Albert Mestdagh een glas- in loodramen atelier in Gent op. 3 generaties verder staat kleindochter Katrien aan het roer van een familiebedrijf dat door de jaren heen uitgroeide van een klein atelier tot een modern, hedendaags bedrijf. “Zo’n familiebedrijf overnemen is een complex verhaal. Toch moet je het lef hebben om iets radicaal te veranderen en je rol op te eisen,” aldus Katrien Mestdagh. 

Voor de mensen die jullie niet kennen, wie of wat is Atelier Mestdagh?

Atelier Mestdagh is een familiebedrijf dat gespecialiseerd is in glas-in-loodramen en alles wat daarbij komt kijken. Van restauratie tot creatie. De voorbije jaren hebben we ons geprofessionaliseerd waardoor we ons uitbouwden tot een uiterst professioneel bedrijf met veel expertise. We zijn een open atelier dat zich focust op kwaliteit en kennis en er tegelijkertijd voor willen zorgen dat de ambacht niet verdwijnt. Zo hopen we dat deze kunst terug top of mind wordt.

Wat is jouw rol in dat bedrijf?

Sinds enkele jaren ben ik bestuurder en neem ik dus ook de beslissingen. Ik leid 10 mensen waar ik mijn handen mee vol heb. Daarnaast ben ik ook nog actief als hoofdrestaurateur. Alle vooronderzoeken en creaties worden nog door mij begeleid, al sta ik zelf niet meer aan de werktafels.

Was die instap in het familiebedrijf een evidentie voor jou? Want het lijkt ons een zware verantwoordelijkheid.

Als dochter en kleindochter een familiebedrijf overnemen valt in ieder geval niet te onderschatten. Mensen vergeten dat vaak, maar het zijn niet enkel de ouders die over je schouders meekijken. Je moet er eigenlijk alle nonkels en tantes bijnemen. En die hebben uiteraard allemaal hun idee over wat er in een bedrijf moet gebeuren. Zeker als jonkie was dat dus heel heftig. Want in alles wat je doet, moet je je dubbel en dik bewijzen. De druk en de verwachtingen waren ook één van de oorzaken die destijds tot een burn-out leidden.

Wanneer of hoe heb je dan toch besloten om de leiding van het bedrijf over te nemen?

Na die burn-out zag ik niet meer hoe het verder moest. En toen kreeg ik de kans om 2 jaar naar het buitenland te trekken om er een opleiding Stained Glass Conservation and Heritage Management aan de University of York te volgen. Het instituut als het op glas-in-loodramen aankomt. Ver weg van de dagelijkse beslommeringen van zo’n familiebedrijf ontdekte ik de passie voor de ambacht terug en besloot ik om er na de studies weer helemaal voor te gaan. Alleen zou het vanaf nu wel op mijn manier zijn. Ik besefte dat ik me voordien in een situatie genesteld had waarin ik het gevoel kreeg dat ik vast zat. Dat mag niet. Als derde generatie moet je immers het lef hebben om de zaken kritisch te bekijken en radicale veranderingen te doen. Terug in Gent heb ik mijn rol opgeëist waardoor ik het bedrijf naar mijn hand kon zetten. Gelukkig heb ik ouders die daar volledig in meegegaan zijn.

Wat heb jij dan in eerste instantie veranderd?

We zijn ons academisch gaan specialiseren waardoor we plots niet meer enkel gezien werden als goeie ambachtsmannen of -vrouwen, maar als een topbedrijf onder de restaurateurs. En dat opent deuren die tot dan toe gesloten bleven. Plots moest ik lezingen gaan geven en deelnemen aan internationale colloquia.

Daarnaast hebben we onze aanpak veranderd. Waar we vroeger wachtten op een opdracht, gaan we nu op zoek naar mogelijkheden. Zo proberen we de groep van architecten en interieurarchitecten waarmee we samenwerken uit te breiden door actief te gaan prospecteren. En we willen ook nieuwe markten aanboren aan de hand van samenwerkingen met externe kunstenaars. Het atelier is altijd al een uitvoerend atelier geweest voor externe kunstenaars, maar we gaan er ook actief naar op zoek. Dat is niet altijd evident aangezien ik mijn moeder, Ingrid Meyvaert, niet voor het hoofd wil stoten. Zij is onze huisontwerpster en neemt in principe het merendeel van de nieuwe opdrachten voor haar rekening. Maar in de toekomst wil ik naar buiten willen komen met een portefeuille aan kunstenaars, i.p.v. één vaste kunstenaar.

Die verandering waren ook deels het resultaat van jullie deelname aan het EEN-programma Andermans Zaken, niet?

Voor een deel is dat inderdaad zo. Weet je, ik ben in eerste instantie een echte ambachtsvrouw. Net als mijn vader ook een goede ambachtsman is. Maar van de zakelijke leiding van een bedrijf had ik maar weinig kaas gegeten. Mijn vader misschien nog wel minder dan ik. En dat is niet de beste combinatie om een groeiend bedrijf te runnen. Destijds ging het qua opdrachten zeker niet slecht en het atelier werd steeds groter. In 2017 brak het moment aan dat we moesten verhuizen naar een grotere locatie. Dat leek me eigenlijk absoluut geen goed plan omdat we er niet klaar voor waren. De cijfers klopten niet. Maar ondanks het inschakelen van verschillende experts om de oplossing te zoeken, vonden we die niet. En ondertussen werd de verhuis een feit. En zo ging het plots mis. De cijfers en de markt kelderden en ik zag de oplossing niet meer. Toevallig kregen we net dan een telefoontje van de redactie van EEN om mee te doen aan een nieuw programma ter ondersteuning van het ondernemerschap. En ik dacht, waarom niet. Ik was net van plan om op zoek te gaan naar een geschikt extern programma bij Unizo, etc. om advies in te winnen.

Je ganse huishouden kwam zo wel op straat te liggen?

Dat wel, maar ik had er vertrouwen in. Bovendien zag je al snel dat die coaching van Kamal en Unizo al heel snel tot de kern van het probleem kwam. Ze waren niet emotioneel met ons verbonden, bekeken alles vanuit een helikopterzicht en legden ons het probleem heel rustig uit. Dat zorgde voor veel zuurstof. Eenmaal de uitzendingen van start gingen, zat ik nog even met een ei in mijn broek, maar onmiddellijk daarna kregen we eigenlijk heel veel goeie reacties van andere ondernemers. Ze vonden het echt knap dat we erover durfden praten op televisie en herkenden er vaak iets van zichzelf in. Een onderneemster uit de straat stond hier op een dag zelfs met taart voor ons. Zo lief (lacht). Ik heb er in ieder geval geen spijt van. Los van de oplossingen, leverde het nieuwe klanten op. Maar nog belangrijker, plots klopten grote zakenvoerders bij ons aan die ons een klankbord aanreikten.

Wat is er sindsdien veranderd?

Alles eigenlijk. We zijn niet meer hetzelfde bedrijf als daarvoor. We hebben een volledige brand guide ontwikkeld met gerichte doelen en houden sindsdien de cijfers goed in de gaten. Daar durven we ook mensen voor inschakelen nu. Wat we zelf niet beter kunnen, besteden we uit. Ik kan andere ondernemers dus vooral aanraden om lid te worden van organisaties als Unizo, etc. en gebruik te maken van de programma’s die ze aanbieden. Ze hebben zoveel interessante zaken voor je in de aanbieding.

Heb je als ervaren rot nog tips voor lotgenoten die binnenkort een familiebedrijf overnemen?

De ervaring leerde me dat het heel belangrijk is dat je weet met wie je te maken hebt en hoe die karakters in mekaar zitten in zo’n complexe omgeving als een familiebedrijf. Het kan dus zeker geen kwaad een soort workshop/cursus te volgen die je bewust maakt van al die verschillende persoonlijkheden zodat je jezelf beter kunt beschermen of profileren binnen die context. Daar ligt de uitdaging. Durf zelf te dromen, ook binnen die strakke familiebanden. En eis je rol op als dat moment gekomen is. Maar wees je ervan bewust dat dat een moeilijk proces voor beide generaties is.

Bedankt en tot binnenkort!