Voormalige FNO-site krijgt nieuw leven in woonproject

Op de FNO-site komt een woonproject met een hoge erfgoed- en natuurwaarde.

De voormalige FNO-site in de Gentse Bloemekenswijk ondergaat de komende jaren een grondige metamorfose. De naam FNO verwijst naar ‘Filature Nouvelle Orléans’, de voormalige katoenspinnerij die op het terrein was gevestigd. De fabriek staat al jaren leeg en de site heeft dringend nood aan een grondige restauratie.
Het fabrieksterrein van circa 2,4 hectare wordt nu herbestemd tot een stadsontwikkelingsproject met een hoge erfgoed- en natuurwaarde.

Situering

De FNO-site is gelegen in het noorden van de stad en is circa 2,4 hectare groot. Het gebied ligt geprangd tussen de Bloemekenswijk enerzijds en het KMO- en industriegebied ten zuiden van de Wondelgemse Meersen anderzijds. Ten noordoosten wordt de site begrensd door het Bloemekenspark en de Lieve, ten zuidwesten door de gebouwen en de evacuatieweg van de brandweer.

Historiek

De verkaveling en urbanisatie van dit gebied dateert van 1872, op initiatief van Gentse textielfabrikanten zoals de Hemptinne en de gebroeders De Smet, die hier een katoenfabriek oprichtten. Het gebied bleek een uitermate gunstige ligging voor industrievestigingen. Samen met de bijhorende proletarische woonwijken, ontstond een belangrijk industrieel stadsbeeld.

Binnen het projectgebied werd op 12 juni 1896 de ‘Société Anonyme Cotonnière Nouvelle Orléans’ opgericht. De activiteiten van dit nieuwe bedrijf waren het spinnen, twijnen en weven van katoen. In de beginjaren groeide deze onderneming zeer snel.

Op 4 maart 1957 fusioneerde het bedrijf met de Anc. Ets. De Waele & Röthlisberger tot de nieuwe vennootschap ‘Filature Nouvelle Orléans’. De continue modernisering zorgde ervoor dat de firma bleef groeien en in 1969 een kleine 700 werknemers telde. Op haar hoogtepunt bestond het bedrijf uit een eerste spinnerij met sheddaken, burelen in Vlaamse Renaissancestijl en een katoenloods (1896), een tweede spinnerij in Manchesterstijl met stookplaats, schoorsteen, een machinekamer, een tweede katoenmagazijn en zelfs een paardenstal (1899), verschillende uitbreidingen en bijkomende burelen (tot 1968).

Vanaf de jaren 1960 ging het echter minder goed met de Belgische katoenindustrie. FNO schakelde eerst nog over op de verwerking van synthetische vezels, maar werd in 1972 overgenomen door de UCO-groep. Door de aanhoudende crisis in de textielsector werden de activiteiten steeds verder afgebouwd. In de jaren 1980 verdween de naam FNO geleidelijk en werd de site effectief een deel van UCO-Maïsstraat.

In 1990 werd de volledige site verkocht aan de Brusselse projectontwikkelaar Immoperel. Verschillende delen van de fabriek kwamen leeg te staan. Verval trad in en de stookplaats, de machinekamer, de paardenstal en één van de katoenloodsen werden zonder vergunning gesloopt. De sloop van de het Manchestergebouw werd net op tijd een halt toegeroepen.

Op 3 januari 1995 werden het Manchestergebouw, de kantoorgebouwen uit 1896 en 1907, de schoorsteen en de oude katoenloodsen beschermd als monument.