5 vooroordelen over armoede doorprikt

Vooroordelen over armoede op school? Ervaringsdeskundige Sammy vertelt hoe leerkrachten kinderen en ouders écht kunnen ondersteunen.

Samy en Audrey

Zowel kinderen als ouders die opgroeien in armoede krijgen dagelijks te maken met hardnekkige vooroordelen. Welke komen het vaakst voor? En hoe kan je ze doorprikken? We vragen het aan Sammy, opgeleide ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting. 

‘Als ervaringsdeskundige heb ik al met heel wat schoolteams samengewerkt. Ik probeer het perspectief van mensen in armoede binnen te brengen door mijn ervaringen te verbinden met wetenschappelijke inzichten. Zo kan je misverstanden beter doorzien en vooroordelen beter benoemen. Vanuit mijn functie vind ik het dan ook belangrijk om oprechte interesse te hebben in het standpunt van de leerkracht en het hele schoolteam. Zo kan ik de brug maken tussen het perspectief van leerlingen in armoede en dat van de school.’ 

1. Kinderen die opgroeien in armoede zijn minder gemotiveerd voor school

Op mijn rapport stond ooit: ‘Teleurstellend, je hebt geen inspanning gedaan.’ Maar als leerkracht moet je je afvragen wat daaronder zit. Waarom lukt het een kind niet om aan de verwachtingen te voldoen? Een kind dat opgroeit in armoede moet vaak een kloof tussen thuis en school overbruggen. Op school is er structuur en zijn veel zaken vanzelfsprekend. Thuis kan de situatie veel minder voorspelbaar en stabiel zijn. Toch is dat voor een kind de vertrouwde omgeving. De aanpassing aan de schoolomgeving vraagt dan heel wat tijd en inspanning, maar dat zie je niet op het rapport. 

Daar komt soms een loyaliteitsconflict bij. Je wil voldoen aan de verwachtingen van je leerkracht, maar ook trouw blijven aan je gezin. Mijn mama ging vanaf haar veertiende in een fabriek werken en heeft zelf geen schoolcarrière kunnen uitbouwen. Voor haar was werken dus belangrijker dan school. Kinderen hebben vaak al veel inspanningen geleverd om hun weg te vinden tussen verschillende leefwerelden. Kijk daarom als leerkracht verder dan een rapport en blijf kinderen motiveren. Onderschat de veerkracht van een leerling niet.

  • Onderschat de veerkracht van een leerling niet.

    Sammy

2. Ouders van kinderen die opgroeien in armoede zijn niet geïnteresseerd in school 

Het klopt dat kinderen soms niet in orde zijn met hun agenda, dat brieven niet ondertekend worden of dat ouders niet op een oudercontact verschijnen. Volgens de gangbare normen en verwachtingen wordt dat al snel gezien als problematisch. Maar ook in die situatie moet je proberen de hand te reiken. 

Ouders hebben nood aan een ankerfiguur binnen de school. Iemand die een eerste opstap biedt, maar ook ziet welke inspanningen ze wél leveren. Gezinnen die in armoede leven, moeten voortdurend keuzes maken. Naast school zijn er misschien zorgen over gezondheid, financiën of justitie. Sommige ouders worstelen bovendien met een laag zelfbeeld of missen bepaalde vaardigheden. Contact opnemen met de school kan dan een enorme drempel zijn. Wees dus mild voor ouders. 

Als kind voelde ik dat bij mijn mama. Op een bepaald moment begon ik haar handtekening na te maken. Wanneer dat uitkwam, kwam ik natuurlijk in de problemen, zowel thuis als op school. Dat gedrag hoef je niet goed te keuren. Maar het helpt wel om je af te vragen: waarom doet een kind dit? 

3. Kinderen die dure kleren dragen, hebben geen financiële problemen

Ook dat is een typische. Toen ik zestien was, werkte ik elk weekend om dure merkkledij te kunnen kopen. Ik wilde erbij horen en aan mijn status werken. Aan de buitenkant leek het alsof er niets aan de hand was. Maar die kleren waren een façade. Het kostte me enorm veel energie om die façade vol te houden. Anderhalf jaar heb ik het volgehouden, daarna lukte het niet meer. 

Tegelijk was ik vaak niet in orde met mijn praktijkkledij. Daar werd ik op afgerekend: ik verloor punten en werd erop nagewezen. Mensen in armoede maken soms keuzes die van buitenaf moeilijk te begrijpen zijn. Maar achter zo’n keuze zit vaak een verhaal. Soms gaat het om erbij willen horen, om trots of om proberen te voldoen aan verwachtingen. Als je alleen naar de keuze kijkt, mis je dat verhaal.

  • Leerkrachten kunnen dus echt een verschil maken en een zware rugzak lichter maken.

    Sammy

4. Als een leerling in armoede opgroeit, kan een leerkracht daar weinig aan veranderen

Een leerkracht onderschat soms hoeveel impact hij of zij heeft. Niet alleen op het hier en nu, maar ook op het toekomstperspectief van een leerling. Ik herinner me nog heel goed de leerkrachten die oprecht betrokken waren. Die durfden zeggen: ‘We zien dat je het niet makkelijk hebt. Maar we blijven geloven in jouw talent en potentieel.’ Ik heb mijn hoger middelbaar nooit afgewerkt en ben later naar het tweedekansonderwijs gegaan. De arbeidsmarkt is niet vriendelijk voor laaggeschoolden, dat heb ik zelf ervaren. Maar ik heb die stap kunnen zetten dankzij leerkrachten die verder keken dan ‘dat kind in kansarmoede’. 

In het vijfde middelbaar zat ik in een crisissituatie en spijbelde ik langdurig. Als je dan van een leerkracht opnieuw de kans krijgt om de draad op te pikken, is dat van onschatbare waarde. Dankzij die tweede kans behaalde ik mijn getuigschrift. Later volgden mijn hoger secundair en andere diploma’s. Leerkrachten kunnen dus echt een verschil maken en een zware rugzak lichter maken. Soms zien ze het resultaat pas jaren later. Maar dat maakt hun rol niet minder belangrijk.

5. Ik kan niets doen, want ik weet niet welke leerlingen in mijn klas opgroeien in armoede

Leerkrachten moeten zich in de eerste plaats kunnen focussen op lesgeven. Maar via intervisie, casusbesprekingen of klassenraden kan een schoolteam ervoor zorgen dat armoede een gedeelde verantwoordelijkheid wordt. Door expertise te delen, verruim je de blik van leerkrachten. Ze pikken sneller signalen op en leren er gepast en discreet mee omgaan. Ook leerkrachten zoeken soms naar hoe ze gepast kunnen reageren. Daarin kan je groeien. Hoe sterker een school inzet op armoedebestrijding, hoe groter het vangnet voor leerlingen wordt. Ook voor wie anders door de mazen van het net zou glippen. 

Er zijn altijd blinde vlekken. Maar het gaat ook over de bril waarmee je kijkt: je referentiekader bepaalt mee wat je ziet. Een gedragen armoedebeleid maakt het bovendien veiliger om signalen bespreekbaar te maken en bepaalde thema’s aan te raken. Elke school heeft dus een aandeel in het verhaal van willen zien, kunnen zien én mogen zien.

Laatst gewijzigd : 29 september 2026