Het grafelijke gezag manifesteerde zich door de uitbouw van het Gravensteen.

Het grafelijke gezag, vanaf 1384 uitgeoefend door de hertog van Bourgondië, manifesteerde zich op zijn beurt door de uitbouw van het Gravensteen als grafelijke residentie, met een scriptorium en een muntatelier, en vanaf 1407 als zetel van de Raad van Vlaanderen, de hoogste rechtbank van het graafschap. In de loop van de 14de eeuw verplaatste het grafelijk hof zich naar de site van het vroegere Hof ten Walle (later Prinsenhof).

Lees meer over: Archief Gent, stadsarcheologie

Het Prinsenhof zoals voorgesteld in de ‘Flandria Illustrata’ van Antonius Sanderus, 1637-1641)