Gent kwam vlak voor het begin van onze tijdrekening onder Romeins bestuur.

Tussen 58 en 51 voor onze tijdrekening werd Gallië onder de voet gelopen door het Romeinse leger. Met de inname van onze gewesten door de Romeinen werd de Gentse regio deel van een immens imperium met een sterke politieke, economische, financiële en maatschappelijke organisatie. De inheemse gebruiken bleven zeker tot in de 1ste eeuw van deze tijdrekening doorleven. De invloed van de Romeinse beschaving kwam tot uiting in het wegennet, de bouwtechnieken, het geloof, de dodencultus en de geïmporteerde gebruiks- en siergoederen.

Rond de centrale, grotere nederzetting aan het rivierenknooppunt, waren er in de 2de en de 3de eeuw talrijke andere kernen van bewoning. Ze bestonden uit boerderijen in een inheems-Romeinse traditie.

Vanaf het midden van de 3de eeuw kampte het Romeinse rijk met zware moeilijkheden. De Franken doorbraken de Rijngrens en richtten verwoestende plundertochten aan tot diep in Gallië. In tegenstelling tot de meeste bewoningskernen in de Gentse regio kon de nederzetting bij het rivierenknooppunt overleven, tot zeker in de tweede helft van de 4de eeuw. Laat-Romeinse vondsten worden in westelijk België meestal in verband gebracht met een versterking of castellum. Bij de militaire reorganisatie na de invallen van de 3de eeuw viel de klemtoon immers op verdediging.

Terra sigillata schotel (Universiteit Gent, Archeologisch Museum)