De val van de Calvinistische Republiek en de economische crisis brachten een massale emigratie van protestanten naar het Noorden op gang.

De val van de Calvinistische Republiek en de economische crisis, die versterkt werd door de blokkade van de Westerschelde, brachten een massale emigratie van protestanten naar het Noorden op gang. Gent verloor in de periode na 1584 15.000 mensen of ruim een derde van zijn bevolking. Gent bleef echter een grote stad en de zetel van een bisdom, van de Staten van Vlaanderen en van de Raad van Vlaanderen. Ook op economisch vlak had de stad troeven in handen als knooppunt van land- en waterwegen en als regionale marktplaats voor graan en linnen. Door het graven van de Brugse Vaart, tussen 1613 en 1624, kreeg Gent via Brugge en Oostende opnieuw een verbinding met de Noordzee.

De stijging van de welvaart in de 17de eeuw leidde tot hernieuwde bouwactiviteiten, zowel in het openbaar domein als bij de particuliere huizenbouw. Met bouwpremies stimuleerde het stadsbestuur de vervanging van houten gevels door stenen exemplaren, waardoor het stedelijk landschap ‘versteende’.

Lees meer over: stadsarcheologie, Archief Gent

Tussen 1613 en 1624 werd de Brugse Vaart gegraven, tekening uit 1696