Het protestantisme, dat zich vanaf 1520 verspreidde, vond in Gent een vruchtbare culturele en intellectuele voedingsbodem.

Het protestantisme, dat zich vanaf 1520 verspreidde, vond in Gent een vruchtbare culturele en intellectuele voedingsbodem. De keerzijde was dat juist hier het religieus geweld, zoals de Beeldenstorm van 1566, zeer heftig toesloeg. Niet alleen verloor Gent ontelbare religieuze kunstwerken, de vernielingen brachten ook een psychologische schokgolf bij de bevolking teweeg. In de Opstand tegen Spanje speelde Gent, dat na Antwerpen nog steeds de grootste stad van de Nederlanden was, een leidende rol. Met de Pacificatie van Gent (1576) sloten de Nederlandse gewesten, of ze nu katholiek dan wel calvinistisch gezind waren, de rangen tegen het Spaanse bezettingsleger. De afwijzing van hun nochtans gematigde eisen door de Spaanse landvoogd leidde tot de radicalisering van de Opstand.

In Gent kwam na een coup een calvinistisch stadsbestuur (1577-1584) aan de macht onder leiding van François van de Kethulle, heer van Ryhove, en Jan van Hembyze. De bastionnering van de stadsversterkingen, waarvoor de hele stadsbevolking werd ingeschakeld, was een van de meest zichtbare en duurzame investeringen van het nieuwe regime. Ook de oprichting van een burgerwacht, waarin alle volwassen mannen tot 65 jaar moesten dienen, bleek een duurzaam initiatief (dat het tot 1752 uithield). Andere ingrepen, zoals de hervorming van het stedelijk onderwijs of het opzetten van wijkorganisaties, overleefden de calvinistische periode niet, al kwamen ze in de 17de eeuw onder een andere vorm (de katholieke colleges en de gebuurten) terug.

Lees meer over: Archief Gent, stadsarcheologie

De overgave van het Spanjaardenkasteel aan de Graaf de Roeulx op 9 november 1576, kopergravure door Franciscus Hogenberg