In het basis- en secundair onderwijs zijn brugfiguren de schakel tussen ouders en het schoolteam.

In het Gentse basis- en secundair onderwijs versterken brugfiguren het contact tussen ouders en het schoolteam. Kinderen krijgen immers betere leer- en ontwikkelingskansen als ouders nauwer betrokken worden bij de schoolwerking. Scholen kunnen daarom het best actief inzetten op ouderbetrokkenheid.

 

Doelstellingen:

1) Contact, overleg en actieve samenwerking tussen ouders en schoolteams bevorderen, door contacten aan de schoolpoort, maar ook door koffiemomenten, infomomenten of openklasdagen te organiseren. Daarnaast helpen we ook mee bij de organisatie van oudercontacten en proberen we die toegankelijker te maken voor ouders. De mondelinge en schriftelijke communicatie tussen ouders en schoolteams wordt ook bevorderd, net als de samenwerking tussen ouders en leerkrachten.

2) Ouders versterken in het leer- en opvoedingsproces van hun kinderen, door infomomenten te organiseren, materiaal (bv. verteltassen) en externe ondersteuning (bv. conversatietafels Nederlands) aan te bieden of door te verwijzen naar hulpverlening en de Opvoedingswinkel.

3) Ouderbetrokkenheid bij alle schoolteams vergroten, in co-eigenaarschap. Dat gebeurt onder meer door oudertevredenheidsmetingen te organiseren (en die op te volgen met het schoolteam) en door de Barometer Ouderbetrokkenheid. Deze brengt in kaart welke maatregelen al genomen zijn of in de toekomst genomen kunnen worden. Daarnaast worden ook actieplannen en werkingsverslagen opgemaakt, op basis van de bevindingen van de brugfiguur en/of de Barometer. Team Ouderbetrokkenheid levert daartoe de grondstof: het verzamelt informatie, praktijkvoorbeelden en expertise, en wisselt die op verschillende manieren uit tussen schoolteams, directies en brugfiguren. Zo worden instrumenten ontwikkeld, is een vernieuwde website met achtergrondinformatie gemaakt en worden vormingen en opleidingen voor schoolteams en pedagogisch begeleiders georganiseerd.

4) Kwetsbare kinderen en jongeren in contact brengen met brede leeractiviteiten, waarbij nauw wordt samengewerkt met team Brede School en externe partners.

Criteria

Alle scholen hebben te maken met ouderbetrokkenheid: alle ouders en leerlingen hebben er baat bij. Het aantal brugfiguren is de laatste jaren toegenomen, maar we hebben onvoldoende brugfiguren om op elke school effectief aanwezig te zijn. We moeten dus keuzes maken. Dat doen we aan de hand van volgende criteria:

1. Criteria voor brugfiguren in basisonderwijs

We hanteren één lijst waarop alle Gentse basisscholen gerangschikt staan – ongeacht het net waar de school toe behoort.
Aan de hand van de meest recente cijfers van het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgoDi*) maken we een lijst op basis van het percentage indicator-leerlingen. Indicator-leerlingen hebben één of meerdere van volgende kenmerken:

moeder heeft geen diploma hoger onderwijs
de thuistaal is een andere taal dan het Nederlands
het gezin komt in aanmerking voor schooltoelage
gezin behoort trekkende bevolking/ thuislozen.

We hanteren de nominale ondergrens van minimum 60 indicator-leerlingen voor de toekenning van een brugfiguur per school.
Minimum is een halftijdse brugfiguur.
We kennen een voltijdse brugfiguur toe vanaf 175 indicator-leerlingen (minder dan 175 indicatorleerlingen: een halftijdse brugfiguur).
We gaan de lijst af  in dalende lijn tot wanneer alle brugfiguren toegewezen zijn.

* AgoDi: Agentschap voor Onderwijsdiensten. Via het Lokaal Overlegplatform Gelijke Onderwijskansen krijgen we de meest recente cijfers – doorgaans in februari voor het voorgaande schooljaar.

2. Criteria voor brugfiguren in secundair onderwijs

We hanteren één lijst waarop alle Gentse  secundaire scholen gerangschikt staan – ongeacht het net waar de school toe behoort.
We werken enkel in de eerste graad beroeps en hanteren een minimum van 50 leerlingen in eerste graad B-stroom.
Aan de hand van de meest recente cijfers van AgoDi maken we een ranking op basis van absolute cijfers indicator-leerlingen. Indicator-leerlingen hebben één of meerdere van volgende kenmerken:

moeder heeft geen diploma hoger onderwijs
de thuistaal is een andere taal dan Nederlands
het gezin komt in aanmerking voor schooltoelage
gezin behoort trekkende bevolking/ thuislozen.

We hanteren het gemiddelde van de cijfers van de laatste drie schooljaren.
We gaan de lijst af in dalende lijn tot wanneer alle brugfiguren toegewezen zijn.
Scholen die recht hebben op een brugfiguur dienen een aanvraagdossier waarin de school aangeeft in welke mate de acties die de brugfiguur opzet, kans maken op structurele verankering.

Engagement

Ouderbetrokkenheid is een wederzijds begrip. Het gaat daarbij om veel meer dan enkel ouders 'bereiken'. Werken aan ouderbetrokkenheid betekent inzetten op een hele reeks dimensies (zie verder).

Dit is een versterking van het schoolbeleid. Het gevaar bestaat echter dat alles wat met ouders en kwetsbare leerlingen te maken heeft, steevast doorgeschoven wordt naar de brugfiguur. De brugfiguur heeft niet alleen als doelstelling om de ouderbetrokkenheid op de school te verhogen, maar ook om deze vaardigheden structureel in te bedden in het schoolteam. Om effectief te zijn, moeten school en brugfiguur hier samen werk van maken.

De school die een brugfiguur toegewezen krijgt, tekent daarom een engagementsverklaring waarin ze aangeeft partner te zijn in dit streven. Samen met de school maakt de brugfiguur een actieplan op, waarin de verschillende taken en verwachtingen beschreven staan. Jaarlijks wordt dit actieplan gezamenlijk geëvalueerd. Indien het engagement van het schoolteam te klein is, kan het dat de school voor het daaropvolgende schooljaar geen brugfiguur meer toegekend wordt.

Periode

Vanaf 01.01.2017 zijn alle brugfiguren stadspersoneel en zijn de bovenstaande criteria van toepassing. Om over te schakelen op de schoolkalender bedraagt de eerste periode van toewijzing tweeënhalf jaar. De toekenning van brugfiguren is nu gebeurd voor de periode 01.01.2017 – 31.08.2019.

Vanaf dan wijzen we brugfiguren telkens toe voor twee schooljaren. We kiezen voor een periode van twee schooljaren om een gedegen werking uit te bouwen en een zekere continuïteit te garanderen.