Project Slim Ruimtelijk Plannen
Hoe zetten we data slim in om de beschikbare ruimte in Gent zo goed mogelijk te benutten en leefbare en levendige buurten te creëren?
Vlaanderen staat voor de grote uitdaging om de groeiende ruimtevraag te beantwoorden en tegelijk buurten leefbaar te houden en open ruimte te versterken. Met de hulp van City of Things-subsidies van VLAIO maakten Intercommunale Leiedal en Stad Gent het project Slim Ruimtelijk Plannen om ruimtelijke keuzes beter te onderbouwen met data. Dit project liep tussen april 2023 en december 2025.
Drie concrete toepassingen
We brengen ruimtelijke informatie samen, analyseren die op een uniforme manier en maken de resultaten inzichtelijk via gebruiksvriendelijke tools. Zo krijgen ruimtelijke planners, omgevingsambtenaren, adviesverleners en beleidsmakers via data inzicht in de kenmerken en noden van buurten en kunnen ze de impact van beleidsbeslissingen inschatten.
In het project focussen we op 3 concrete toepassingen:
- Nabijheid van voorzieningen – een tool om snel inzicht te krijgen in de bestaande en toekomstige behoeften van een buurt aan parken, kinderopvang en scholen.
- Monitoring van de bouwshift – een monitor die de kenmerken van een perceelblok door de tijd heen in kaart brengt.
3D-modellen – uitbouwen om te visualiseren, helderder te communiceren en om extra informatie te genereren zoals een vloerterreinindex.
Lees meer over onze projectaanpak en de uitwerking van de 3 toepassingen in de presentatie van de final act.
1. Nabijheid van voorzieningen
Welke voorzieningen zijn er binnen loopafstand? Waar is er tekort aan park, scholen of kinderopvang? Welke voorziening wordt best in een nieuw project voorzien? We ontwikkelden een datamodel en kaartloket om inzicht te krijgen in bestaande en toekomstige noden aan parken, scholen en kinderopvang.
In het datamodel verzamelen we gegevens over waar mensen wonen en waar de voorzieningen liggen. Daarna berekenen we de reistijd tussen beide, te voet of met de fiets. Deze afstanden evalueren we vervolgens op basis van ‘normen’, zoals maximale loopafstand en maximale capaciteit. Zo brengen we in kaart welke buurten goed bediend zijn en waar er tekorten zijn.
Via een gebruiksvriendelijk kaartloket kan de ruimtelijke planner of beleidsmaker zelfstandig op onderzoek gaan.
2. Monitoring van de bouwshift
Het doel van de bouwshift is om de open ruimte maximaal te vrijwaren en bestaand ruimtebeslag beter te benutten. Maar hoe volgen we dat op doorheen de tijd en op buurtniveau? En kunnen we hiermee het effect van beleidsbeslissingen monitoren doorheen de tijd?
We ontwikkelen een datamodel en kaartloket om de ruimtelijke en stedenbouwkundige kenmerken (indicatoren) van buurten doorheen de tijd te kunnen opvolgen op verschillende stedenbouwkundige gebiedsindelingen (perceelblok, bebouwd deel van een perceelblok,…).
We bouwden een flexibel datamodel dat toelaat om voor alle combinaties van gebiedsindelingen en indicatoren één of meerdere observaties te berekenen. Op die manier kunnen we eender welke indicator in elke gekozen gebiedsindeling inzichtelijk maken.
Via een gebruiksvriendelijk kaartloket kan de ruimtelijke planner of beleidsmaker zelfstandig de indicatoren analyseren.
3. 3D-modellen
De shift naar efficiënter ruimtegebruik en verdichting, brengt de nood met zich mee om te evolueren van 2D- naar 3D-planning. Hoe kunnen we volumes toevoegen aan bestaande tools? Hoe brengen we cruciale informatie die in 2D-modellen ontbreekt via 3D-modellen in beeld?
We werkten een methode uit om 3D-modellen van gebouwen te genereren. Op basis van de open source Roofer CLI-tool van TU Delft bouwden we een stappenplan die ruwe puntenwolken omzet naar 3D-gebouwen.
Dit 3D-model laat ons enerzijds toe data uit de andere twee toepassingen beter te verbeelden en anderzijds 3D-data zoals bouwhoogte en bouwvolume om te zetten naar indicatoren om te gebruiken bij de Monitor bouwshift.
Standaarden voor data en digitale architectuur
We staan uiteraard niet alleen voor deze uitdagingen. Samen met andere steden, gemeenten en bedrijven ontwikkelen we de nodige standaarden, in nauwe samenwerking met de Vlaamse overheid.
We doorliepen een OSLO-traject om een OSLO standaard voor Ruimtelijke Indicatoren te ontwikkelen, die op 5 december 2024 officieel werd erkend.
In de schoot van dit OSLO-traject werkten we samen met andere lokale besturen, de provincies, Departement Omgeving en Digitaal Vlaanderen aan een perceelblokkenkaart voor heel Vlaanderen. Sinds 22 april 2025 wordt deze perceelblokkenkaart door Digitaal Vlaanderen jaarlijks beschikbaar gesteld op de datavindplaats.
We voltooiden een VLOCA-traject om een gedragen referentiekader te hebben, dat bestaat uit principes, concepten en architectuurcomponenten. Dit resulteerde in een VLOCA referentiedocument.
Datamanagement
In het datamanagementplan beschrijven we de volledige levenscyclus van data binnen het project: van het verzamelen en beheren tot het archiveren of verwijderen. Zo weet iedereen wat er met de data gebeurt — en waarom. Het zorgt voor transparantie, duidelijke rolverdeling, maakt duidelijk hoe de data verwerkt wordt en biedt inzicht in de kwaliteit van de outputdata.
Op basis van ons plan ontwikkelden we een sjabloon voor een datamanagementplan dat beschikbaar is voor de eigen organisaties én externen via de website.