De opkomst van metalen voorwerpen

In Gent werden metalen voorwerpen gevonden uit de Bronstijd en de Ijzertijd.

De oudste metalen voorwerpen die in Gent werden gevonden, zijn zwaarden en sieraden uit de Bronstijd (1800-700 jaar voor onze tijdrekening). Ze kwamen in Gent terecht via immigranten of rondreizende bronsgieters en via ruil. De kenmerken van het metaal wijzen op handelsbetrekkingen met Atlantisch Europa (Britse eilanden, West-Frankrijk).

Grote cirkelvormige grafmonumenten uit de vroege en midden Bronstijd, zoals onder meer de exemplaren aan de Hogeweg, laten vermoeden dat de maatschappij hiërarchisch was georganiseerd en geleid werd door een, mogelijk militaire, topklasse.

Verspreid over het Gentse grondgebied worden sporen aangetroffen die verwijzen naar bewoning in de Ijzertijd (van 700 jaar voor onze tijdrekening tot de komst van de Romeinen). De erven omvatten houten hoofd- en bijgebouwen, binnen greppelstructuren. Diverse kuilen hadden mogelijk een sacrale of rituele betekenis. Een belangrijk aspect was de introductie van ijzer dat vooral uit de streek van Samber en Maas werd aangeleverd. Toch wijzen vondsten in Gent ook op de vervaardiging van objecten uit het lokale moerasijzererts of limoniet.

Tijdens de late Ijzertijd (van 500 à 450 jaar voor onze tijdrekening tot aan de Romeinen) of de La Tène-periode kwamen onze gewesten onder Keltische invloed. Tijdens die laatste fase van de voorgeschiedenis werden ook voor het eerst munten geslagen.