De droom van de stadstaat

Gent was voorstander van stedelijke autonomie, wat tot conflicten leidde met de vorst, die de macht juist wilde centraliseren.

Als grootste stad van Vlaanderen had Gent, samen met de drie andere ‘Leden van Vlaanderen’, Brugge, Ieper en het district van het Brugse Vrije, structureel inspraak in het landsbestuur, vooral wat het heffen van belastingen betrof. Gent was voorstander van veel autonomie voor de (grote) steden, wat ze in de praktijk bracht door het domineren van het omliggende land en de kleinere steden, het ‘Kwartier van Gent’. De Gentse droom van een stadstaat botste echter met het streven van de graaf naar een grotere macht van de centrale staat op bestuurlijk en militair vlak. Conflicten tussen de stad en de vorst leidden soms tot jarenlange opstanden, zoals de Gentse Oorlog (1379-1385), de Gentse Opstand (1449-1453) of de Vlaamse Opstand tegen Maximiliaan (1477-1492). Die eindigden wel telkens met een vredesverdrag, maar met wisselende voorwaarden. Met de Vrede van Gavere (1453), die door de Vrede van Cadzand (1492) werd bevestigd, verloor de stad een groot deel van haar macht en werd ze tegelijk opgezadeld met een schuldenberg.