‘Studiekeuze is geen eenmalig gesprek, maar een proces'
Studiekeuze is een proces: ontdek hoe Visitatie Mariakerke leerlingen stap voor stap begeleidt bij talentontwikkeling en toekomstplanning.
Je kiest een secundaire school op je twaalfde, en daarmee is de kous af? De realiteit is vaak complexer. Op Visitatie Mariakerke ervaren ze elke dag hoe groot de impact van een studiekeuze kan zijn. Daarom staan leerlingen er op verschillende momenten bewust stil bij hun talenten en toekomst. Robin, brugfiguur in de eerste graad B-stroom, en Laura, leerkracht in de tweede graad arbeidsmarktfinaliteit en lid van het GOK-team, begeleiden hen stap voor stap in die zoektocht.
-
Soms komt er ook verdriet of rouw bij kijken. Door echt te luisteren en samen te kijken naar talenten, helpen we leerlingen de juiste richting te vinden.
Wat is jullie visie op onderwijsloopbaanbegeleiding?
Robin: ‘Leerlingen kiezen een school niet altijd op basis van het studieaanbod. De reputatie van een school, de ligging dicht bij huis of het feit dat broers en zussen er al zitten, speelt vaak een doorslaggevende rol. In de tweede graad arbeidsfinaliteit bieden wij slechts één richting aan: organisatie en logistiek. Voor sommige leerlingen uit 2B zou een andere school dus beter aansluiten bij hun talenten. Maar die stap zetten, dat is niet evident.’
Laura: ‘Wij willen onze leerlingen goed informeren over het studieaanbod. Bovendien vertrekken we altijd vanuit hun talenten en kwaliteiten. In de eerste graad B-stroom maken ze kennis met heel wat domeinen, maar het inzicht in waar ze echt sterk in zijn, ontbreekt vaak nog. Daar proberen wij hen in te begeleiden en te versterken.’
Hoe helpen jullie leerlingen ontdekken waar hun talenten liggen?
Robin: ‘Als brugfiguur probeer ik op individuele basis met leerlingen te werken. Ik gebruik onder meer de ‘I like basic’-test en de talentenkaarten van Onderwijscentrum Gent. Bij de ene leerling loopt dat vlotter dan bij de andere. Het vraagt zelfinzicht, en soms komt er ook verdriet of zelfs rouw bij kijken. Sommige jongeren worstelen met het gevoel dat ze in de B-stroom minder mogelijkheden hebben. Vanuit onze gesprekken schrijf ik een brief, die we meegeven tijdens het oudercontact. Zo worden ook ouders betrokken in het proces.’
-
De ervaringen van oudere leerlingen maken studiekeuze tastbaar. Samen met ouders en leerlingen creëren we een traject dat echt bij hen past.
Hoe laten jullie leerlingen kennismaken met verschillende studierichtingen?
Laura: ‘Onze leerlingen van het vierde jaar organisatie en logistiek vertellen zelf wat hun richting inhoudt. Tijdens een speeddate gaan ze in gesprek met de leerlingen van het tweede jaar. Ze leggen eerlijk uit wat je nodig hebt om er te slagen, wat zij moeilijk vonden, wat hen verraste. We merken dat leerlingen aandachtiger en actiever luisteren naar leeftijdsgenoten.
Voor de vierdejaars telt dit bovendien als werkplekleren. Ze bereiden alles zelf voor: naamstickers printen, interviewvragen voorbereiden, onthaal van leerlingen van andere scholen … Ze oefenen heel wat basiscompetenties. Het is echt een win-win.’
Robin: ‘Naast die speeddate bezoeken we ook andere secundaire scholen, bijvoorbeeld met zorgrichtingen of technische opleidingen. Als een leerling echt interesse toont, regelen we een snuffelstage. We proberen ouders daarin mee te nemen, al staan zij niet altijd te springen om van school te veranderen. Het aantal leerlingen dat effectief de overstap maakt, zou groter mogen zijn. Soms is zo’n verandering net wat een jongere nodig heeft, maar op die leeftijd is het een grote stap.’
Ook tussen de tweede en derde graad moeten leerlingen opnieuw kiezen. Hoe pakken jullie dat aan?
Laura: ‘Onze school organiseert jaarlijks een studiebeurs. Daarnaast heeft elke leerling een vaste coach en in die gesprekken komt studiekeuze systematisch aan bod. Samen met de leerlingenbegeleiding werken we een traject uit. Onze vierdejaars denken intussen ook al na over hun toekomst na het secundair onderwijs. Ze hebben daar veel vragen over. Daarom organiseren we ook voor hen een speeddate, samen met leerlingen uit het zesde jaar. En ook zij kunnen op snuffelstage gaan. Op die leeftijd kunnen ze vaak al beter inschatten wat bij hen past. Soms hoor je dan: “Mevrouw, een hele dag rechtstaan als kapper? Dat is niets voor mij.” Dat soort inzichten is goud waard.’
Wat kunnen scholen doen om beter aan onderwijsloopbaanbegeleiding te doen?
Laura: ‘Ouders zo veel mogelijk betrekken. Wij organiseren vier vaste oudercontacten per jaar, met verplichte aanwezigheid. Daarnaast bellen we ouders gemakkelijk op, voor zowel positieve als moeilijke boodschappen. Dat is een gedeelde verantwoordelijkheid binnen het hele team. Toch merken we dat we ouders rond studiekeuze nog niet altijd voldoende bereiken. Terwijl net daar veel misverstanden leven. Organisatie en logistiek wordt bijvoorbeeld vaak gezien als de ‘beste’ richting binnen de arbeidsfinaliteit, maar niet elke leerling voelt zich daar goed in of is er geschikt voor.’
Robin: ‘Wie leerlingen goed wil begeleiden, moet zelf het studieaanbod kennen en begrijpen wat een richting concreet inhoudt. Veel leerkrachten en leerlingenbegeleiders hebben zelf vooral ervaring in het ASO en kennen technische of beroepsgerichte richtingen minder goed. Die kennis is nochtans cruciaal om leerlingen correct te begeleiden. En betrek oudere leerlingen, van je eigen school en van andere scholen. Hun ervaringen maken studiekeuze tastbaar.’
Ontdek ons aanbod voor scholen
Trajecten voor basis- en secundair onderwijs én kant-en-klaar materiaal om leerlingen effectief te ondersteunen bij studiekeuze en loopbaanoriëntatie.
Bekijk ons aanbodLaatst gewijzigd : 25 maart 2026