‘Spanningen en conflicten brengen ons niet vooruit, verbinding wel’

Scholen in Gent zoeken houvast in hun omgang met diversiteit. Kautar Oulad El Haj deelt inzichten over ramadan, dialoog en inclusie.

Kautar en Audrey

In een superdiverse stad als Gent krijgen scholen vroeg of laat te maken met vragen rond diversiteit en levensbeschouwing. Dat kunnen kleine, praktische vragen zijn, maar ook bredere onzekerheden. Veel schoolteams voelen zich zoekend: waar begin je, en hoe ga je hiermee om op een manier die verbindend werkt? Hoe kan diversiteit, ook wanneer ze vragen oproept, uitgroeien tot een hefboom voor leren en samenleven?

  • Diversiteit vraagt geen perfecte antwoorden, maar wel erkenning, dialoog en duidelijke keuzes.

    Kautar, Onderwijsondersteuner rond diversiteitsvraagstukken

Bij Onderwijscentrum Gent komen die vragen regelmatig binnen. Scholen zoeken houvast wanneer diversiteit zichtbaar wordt in de klas of op de speelplaats, en botsen daarbij vaak op twijfels en spanningen. Hoe ga je om met genderdiversiteit op school? Hoe pak je vragen rond klederdracht aan? En welke plek geef je religieuze feesten in de klas? Om hen daarin te ondersteunen, werken we samen met verschillende partners. Eén van hen is Kautar Oulad El Haj, die scholen begeleidt in hun zoektocht, telkens vanuit hun eigen context en tempo. 

‘Ik werk voor het netwerk islamexperten, dat in 2015 werd opgericht naar aanleiding van de extremistische aanslagen. Ook in scholen leefden toen veel vragen over extremistisch gedachtegoed. Radicalisering is nog steeds een belangrijk thema in ons werk, maar toen we intensiever met scholen begonnen samen te werken, merkten we al snel dat er een veel bredere nood was. Scholen zochten antwoorden op allerlei diversiteitsvraagstukken, en dan vooral rond levensbeschouwelijke diversiteit. Vandaag ondersteunen we schoolteams om te kijken wat hun schoolcultuur nodig heeft om inclusiever te worden.’

Voor veel leerlingen is meedoen aan levens­be­schou­we­lij­ke praktijken een manier om te tonen wie ze zijn.

Kautar

De ramadan komt eraan. Hebben scholen daar nog veel vragen over?

‘Zeker, vooral in het basisonderwijs, waar kinderen nog jong zijn. Scholen maken zich zorgen over hun gezondheid en merken dat sommige leerlingen met minder energie in de klas zitten. Vanuit theologisch standpunt zijn kinderen vóór de puberteit niet verplicht om te vasten. In veel gevallen is het ook niet de keuze van de ouders, maar van het kind zelf. Toch zien we dat jonge kinderen deelnemen aan de ramadan. Voor scholen is het niet altijd duidelijk hoe ze hiermee kunnen omgaan. Een tip is om vooraf een ramadanbrief mee te geven waarin je kan bevragen wie mee vast en wat de verwachtingen thuis zijn.’

Welk advies kan je nog geven aan scholen die worstelen met de ramadan?

‘Begin met informatie. Wat is de ramadan en waarom kiezen leerlingen ervoor om mee te doen? Voor veel kinderen heeft dat te maken met identiteit: ze willen tonen wie ze zijn. Het is ook een periode van sterke verbondenheid thuis, met samen eten en later opblijven. Als leerkracht hoef je daar geen expert in te zijn, maar erkenning geven maakt een groot verschil. 

Aan de andere kant mogen scholen hun bezorgdheden benoemen. Die zijn legitiem. Een goed partnerschap met ouders helpt om samen af te spreken wat haalbaar en veilig is. Sommige scholen spreken bijvoorbeeld af dat leerlingen uit voorzichtigheid toch lunch meebrengen. Wat we wel belangrijk vinden, is waakzaamheid rond peer pressure. Meedoen mag een keuze zijn, geen verplichting. Identiteit tonen is oké, elkaar onder druk zetten niet.’

Over welke thema’s krijg je nog vragen van scholen?

‘Bijvoorbeeld over bidden op school. Voor sommige leerlingen is dat belangrijk, maar scholen weten niet altijd hoe ze daarmee moeten omgaan. Ons advies is om te vertrekken vanuit de vraag: is dit iets wat leeft bij meerdere leerlingen? En hoe kunnen we dit organiseren zonder te polariseren? Sommige scholen kiezen voor een stiltekamer. Dat kan een laagdrempelige oplossing zijn die ruimte laat voor rust en bezinning, voor iedereen.

Een ander thema waarover ik heel veel vragen krijg is zwemlessen. Meisjes – en soms ook hun ouders – ervaren weerstand om het lichaam te tonen, zeker vanaf de puberteit. Dat kan religieuze redenen hebben, maar niet altijd. We raden scholen aan om niet meteen te veronderstellen, maar eerst te luisteren: waar komt deze vraag vandaan? Als leerkrachten dat begrijpen, wordt het makkelijker om samen naar oplossingen te zoeken. Tegelijk blijven we benadrukken dat kunnen zwemmen een minimumdoel is, vanuit veiligheid.’

Als je één boodschap mag meegeven aan scholen die nog zoeken hoe ze met diversiteit kunnen omgaan, welke zou dat zijn? 

‘Naar beleid toe is een visie rond diversiteit ontwikkelen en zorgen dat die breed gedragen is binnen het schoolteam heel belangrijk. Zo’n visie kan bijvoorbeeld inzetten op een cultuur van hoge verwachtingen, waarin elke leerling zich ten volle kan ontplooien, ongeacht achtergrond.

Voor leerkrachten zit er een hele grote kracht in zich kwetsbaar opstellen en durven toegeven dat je niet alles weet. Vraag aan je leerlingen en ouders: wie ben jij, wat is jouw verhaal? Durf ook je eigen perspectief naast andere perspectieven te leggen. We hebben allemaal een ander referentiekader, maar scholen en ouders willen uiteindelijk hetzelfde: kinderen zo goed mogelijk ondersteunen. Spanningen en conflicten brengen ons niet vooruit, verbinding wel.’

Dit artikel op papier?

Download een printversie PDF (419.12 kB)

Laatst gewijzigd : 27 januari 2026