Na OKAN begint het pas, loslaten is geen optie
Na OKAN begint het pas. Blijvende taalondersteuning en opvolging maken het verschil voor ex-OKAN-leerlingen.
Vijf tot negen jaar. Zoveel tijd kan het taalleerproces van een anderstalige nieuwkomer in beslag nemen. Ex-OKAN-leerlingen én scholen hebben er dan ook alle baat bij om de ondersteuning niet stop te zetten bij de overstap naar het vervolgonderwijs. Ook gegevens verzamelen over het schooltraject van ex-OKAN’ers is cruciaal. Waarom is dat zo belangrijk, en hoe pak je dat aan? Studente pedagogische wetenschappen Laurien Haan ging ermee aan de slag tijdens haar stage bij Onderwijscentrum Gent en bundelde haar inzichten in een inspiratiebrochure.
Laurien: ‘De brochure vertrekt vanuit twee vaststellingen. Enerzijds tonen zowel onderzoek als praktijkervaring aan dat de overstap van OKAN naar het vervolgonderwijs erg overweldigend kan zijn. Leerlingen verlaten een veilige omgeving, met klasgenoten die dezelfde taaluitdagingen delen, en komen terecht in een volledig nieuwe context: nieuwe vakken, nieuwe leerkrachten en nieuwe klasgenoten. Anderzijds is er vandaag weinig zicht op de volledige schoolloopbaan van ex-OKAN-leerlingen. Daardoor is het moeilijk om de aanpak in OKAN en in het vervolgonderwijs te evalueren en waar nodig bij te sturen.’
De brochure onderstreept het belang van blijvende ondersteuning. Een taalleerproces stopt immers niet na één of twee jaar OKAN. Annelies, taalcoach bij Tectura Gent-centrum, herkent dat meteen: ‘Alle ex-OKAN-leerlingen bij ons op school, en dat zijn er heel wat, krijgen extra taalondersteuning. Soms individueel, soms in groep. Op woensdagnamiddag kunnen ze ook terecht in het open leercentrum voor taalondersteuning of hulp bij toetsen en taken. Ex-OKAN-leerlingen hebben niet altijd dezelfde voorkennis als hun klasgenoten, en daar proberen we zo goed mogelijk op in te spelen. De taalondersteuning wordt gegeven door mij en mijn collega’s, of door een vervolgschoolcoach. Zij volgen het schooltraject van ex-OKAN-leerlingen ook na de overstap verder op. Die samenwerking verloopt trouwens heel vlot bij ons op school.’
Niet alleen taal speelt een rol, ook het psychosociaal welbevinden van leerlingen heeft een impact op hun schooltraject. Laurien: ‘Anderstalige nieuwkomers vormen een kwetsbare groep. Veel jongeren dragen een rugzakje mee, en het is belangrijk dat scholen zich daar bewust van zijn. Wie zich niet goed in zijn vel voelt, komt moeilijk tot leren.’ Annelies bevestigt dat beeld: ‘Geen enkele ex-OKAN-leerling is dezelfde. Sommigen gaan fluitend door hun onderwijsloopbaan, durven fouten te maken en pikken snel dingen op. Anderen willen alles eerst perfect beheersen voor ze beginnen te spreken. En dan zijn er ook jongeren met trauma’s, of jongeren die zich heel eenzaam voelen en hun vrienden missen. Zij hebben soms gewoon niet de mentale ruimte om tijdens elke les alle onbekende woorden op te zoeken – en dat zijn er veel. Bij ons kunnen leerlingen gelukkig terecht bij de zorgcoaches voor psychosociale begeleiding.’
De tweede pijler uit de brochure is gegevens verzamelen: welke richtingen volgen ex-OKAN-leerlingen in de loop van hun onderwijsloopbaan, welk attest krijgen ze op het einde van het jaar, welke ondersteuning ontvangen ze vanuit de school of van de vervolgschoolcoach? Laurien legt uit: ‘Door het schooltraject van leerlingen systematisch op te volgen, kunnen scholen na verloop van tijd effectmetingen doen. Dat levert waardevolle inzichten op over succesfactoren en valkuilen. Met die kennis kunnen ze hun schoolbeleid gerichter afstemmen op wat ex-OKAN-leerlingen nodig hebben. Objectieve gegevens vormen nu eenmaal een sterkere basis dan buikgevoel. Ik merk wel grote verschillen tussen scholen: sommige houden informatie zeer gestructureerd bij, andere veel minder. Er is dus zeker nog groeimarge. Ik denk dat, als scholen zich meer bewust zijn van de positieve effecten, ze ook gemotiveerder zullen zijn om hier verder op in te zetten.’
-
Objectieve gegevens vormen een sterkere basis dan buikgevoel. Zo kunnen scholen hun beleid echt afstemmen op wat ex-OKAN-leerlingen nodig hebben.
Ook bij Tectura Gent-centrum worden al heel wat gegevens verzameld. Annelies: ‘Wanneer een leerling overkomt uit OKAN, krijgen we een doorstroomdossier dat we opnemen in het leerlingvolgsysteem. Zo zijn alle leerkrachten op de hoogte van de achtergrond van de leerling. Daarnaast is er overleg met de vervolgschoolcoaches en houden we bij wie slaagt en wie eventueel geheroriënteerd wordt. Tegelijk zie ik nog kansen om die gegevens sterker te benutten voor analyses. Wanneer ik een oud-leerling toevallig tegenkom en hoor dat die een job heeft gevonden, voldoende verdient om een eigen plekje te huren, dan weet ik dat het de moeite loont. Dat zijn de trajecten waar jongeren zelf van dromen, en die maken mij oprecht gelukkig.’
Wat hoopt Laurien dat scholen meenemen uit haar brochure? ‘Vooral dat blijvende opvolging echt het verschil kan maken. Ex-OKAN-leerlingen verdienen ondersteuning tijdens hun hele schoolloopbaan. En zelfs als scholen maar één kleine tip meenemen: elk stapje telt.’ Annelies sluit daar bij aan, met een boodschap voor de jongeren zelf: ‘Gun jezelf tijd om te groeien. In het begin is alles overweldigend en begrijp je weinig, maar na een paar maanden vallen de puzzelstukjes stilaan in elkaar. Blijf rustig, geloof in jezelf, en je zal merken dat je steeds meer Nederlands begrijpt en steeds sterker wordt.’
Inspiratiebrochure 'De schoolloopbaan van ex-OKAN-leerlingen langdurig opvolgen: waarom is dat belangrijk?'
Waarom is het belangrijk om de schoolloopbaan van ex-OKAN-leerlingen langdurig op te volgen? In deze inspiratiebrochure, bestemd voor al wie met ex-OKAN-leerlingen werkt, ontdek je het antwoord op die vraag.
Download de brochure hier PDF (6.41 MB)Laatst gewijzigd : 26 januari 2026