Veilig te voet: tips en regels

Als voetganger kunt u zelf veel doen om u veilig te verplaatsen.

Hier zijn enkele vuistregels:

  • Steek nooit zomaar over en let altijd goed op, ook als u voorrang hebt.
  • Volg de verkeerslichten voor voetgangers. Als er geen zijn, hebt u op een zebrapad voorrang op auto’s.
  • Steek altijd over op het zebrapad, tenzij er geen is op minder dan 30 meter afstand.
  • Maak oogcontact met autobestuurders voor u oversteekt.
  • Loop waar het mogelijk is altijd op het voetpad.
  • Let op het openbaar vervoer. De tram heeft altijd voorrang.
  • Draag heldere kledij of reflecterende accessoires, vooral ’s nachts of in de winter. Zo zien andere weggebruikers u beter.

Waar mag u stappen?

  • Gebruik de begaanbare trottoirs, de delen van de openbare weg die voor voetgangers zijn voorbehouden of de begaanbare verhoogde bermen.
  • Als er geen trottoirs of verhoogde bermen zijn, loop dan op de begaanbare gelijkgrondse bermen.
  • Pas als ook die ontbreken, mag u op de andere delen van de openbare weg lopen (parkeerzones, fietspaden …).

Opgelet:

  • Op het fietspad moet u voorrang verlenen aan fietsers en bromfietsers.
  • Op de rijbaan moet u zo dicht mogelijk bij de linkerrand blijven. Zo loopt u het dichtst bij het verkeer dat uit de andere richting komt, en dat ziet u goed aankomen.

Hoe steekt u over?

Situatie 1: er is geen oversteekplaats voor voetgangers

  • Kies een plek uit waar u het verkeer goed kunt zien én waar u goed gezien wordt. Steek niet over in een bocht, bovenop een helling, onder een brug of tussen geparkeerde voertuigen.
  • Kijk goed naar alle kanten vanwaar er verkeer kan komen.
  • Steek de rijbaan altijd loodrecht over zonder te slenteren, te lopen of te stoppen.
  • Steek voorzichtig over en houd rekening met de naderende voertuigen. Als u reglementair in groep oversteekt, dan moeten de andere weggebruikers de groep in zijn geheel laten oversteken.
  • Als een groep bij naderend verkeer niet in één keer kan oversteken, dan moeten de mensen die nog moeten oversteken even wachten.
  • Wacht nooit midden op de rijbaan tot een voertuig is voorbijgereden.

Situatie 2: er zijn oversteekplaatsen voor voetgangers maar zonder bevoegd persoon of verkeerslichten

  • Als er op minder dan 30 meter van waar u bent een oversteekplaats voor voetgangers is, dan moet u die gebruiken om over te steken.
  • Autobestuurders moeten de oversteekplaats tegen matige snelheid naderen. Als er voetgangers op het zebrapad lopen of op het punt staan om er over te steken, dan hebben die voorrang. Steek voorzichtig over en houd rekening met de naderende voertuigen.
  • Op oversteekplaatsen voor voetgangers zonder bevoegd persoon of verkeerslichten hebben trams altijd voorrang.

Situatie 3: er zijn oversteekplaatsen voor voetgangers met een bevoegd persoon

  • U mag slechts oversteken wanneer de agent daartoe een signaal geeft.

Meer informatie over verkeersveiligheid vindt u op de website van het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid.