Bij het archeologisch onderzoek in de Brabantdam werden een aantal interessante bevindingen vastgesteld.

Bij het archeologisch onderzoek in de Brabantdam, uitgevoerd door de archeologen van Stadsarcheologie Gent met de medewerking van het archeologisch bedrijf Studiebureau Archeologie bvba en de aannemer Wegebo nv, werden een aantal interessante bevindingen vastgesteld.

Het onderzoek situeerde zich van 21 mei tot en met 2 juni 2015, in de zone vanaf het François Laurentplein tot aan de Zwaardsteeg. Hierbij werden in de eerste plaats de overwelvingen van de Schelde blootgelegd. De overwelving van de Nederschelde tussen Brabantdam en Geraard de Duivelsteen was een beslissing van de Gentse gemeenteraad in 1884. Hierbij werd de toenmalige Braambrug (of Brabantbrug) gesloopt. Waarschijnlijk is een muurfragment met bakstenen van groot formaat te interpreteren als een deel van de laatmiddeleeuwse stenen brug die over het water naar de toenmalige stad leidde.

De 12de-eeuwse stad Gent was toen binnen de wateren van de Schelde en de gegraven Ketelvest te situeren, thans aan de overzijde van het François Laurentplein richting Kouter. Op het Panoramisch Gezicht op Gent uit 1534, te bezichtigen in het STAM, is te zien hoe een toegangspoort, de Braempoort, en brug op deze plaats het restant zijn van de toenmalige stadsafbakening.

Dit maakt dat het opgegraven deel van de Brabantdam net buiten deze poort moet worden gesitueerd, op een uitvalsweg van de stad richting Brussel (Brabant). Zeven kleinere sleuven gaven een langgerekt profiel van de as, waarbij het onderste wegdek zich meer dan 2 m lager bevond dan het huidige. In tegenstelling tot de min of meer mooi gehouwen kasseien die nu de Brabantdam sieren, bestond het oudste loopniveau uit schilfers en onregelmatige fragmenten Doornikse kalksteen zonder voegmiddel. Bovenop dit wegdek was een laag vuil terechtgekomen om daarna het loopniveau te verhogen met een pakket steriel zand van 30 en 50 cm. Hierboven bevond zich dan een tweede wegdek, met iets ronder gehouwen blokken natuursteen en opnieuw erboven het vuil dat op een straat blijft liggen, gevolgd door een nieuwe verhoging met steriel zand. Dit procédé van aanleggen van een wegdek en het opnieuw ophogen met een pakket zand kon vier maal gevolgd worden, vooraleer een laatste ophoging de huidige Brabantdam vormde.

Het vondstenmateriaal op deze wegdekken is eerder beperkt maar een eerste ruwe datering plaatst het tweede wegdek rond het einde van de 12de of het begin van de 13de eeuw. Het voortdurend ophogen moet gekoppeld worden aan de nabije Schelde die er waarschijnlijk voor zorgde dat het een uitdaging bleef om met droge voeten de stad te verlaten.

Zicht op de verschillende wegdekken (Stad Gent, De Zwarte Doos, Stadsarcheologie)