Nieuw archeologisch onderzoek in de kerk naar aanleiding van het plaatsen van een verwarmingssysteem

In het kader van de aanleg van een nieuw verwarmingssysteem in de kerk van Mariakerke, is door Stadsarcheologie Gent een archeologisch vooronderzoek binnen en buiten de kerk uitgevoerd in zeven proefputten. Het doel was om enerzijds de locatie van de kettingmuren vast te stellen zodat de aan te leggen leidingen hierop afgestemd kunnen worden. Anderzijds is dit onderzoek uitgevoerd om een correcte inschatting te kunnen maken van het nog aanwezige archeologisch bodemarchief.

De kerk van Mariakerke bevindt zich topografisch op het hoogste punt binnen het omgevende landschap. Kerkrechtelijk zou Mariakerke al van in de 10de eeuw onder het patronaat van de Sint-Pietersabdij ressorteren, maar materiële sporen van een kapel of kerk ouder dan de 13de eeuw zijn niet gekend.

De kerk is in het verleden verschillende malen gerestaureerd en uitgebreid. De onderdelen in Doornikse kalksteen verwijzen nog naar een middeleeuwse kerk die wellicht tot een 13de-eeuwse driebeukige kerk met recht afgesloten koor en zonder transept terug te brengen is. In de loop van de 17de eeuw zijn verschillende ingrepen uitgevoerd in de geest van de Contrareformatie en de barokke architectuur waarbij de basilicale opbouw vervangen werd door een driebeukige halstructuur. Zoals de kerk zich vandaag voordoet is ze vooral het resultaat van ingrijpende renovatie- en uitbreidingswerken in de jaren 1871-1892 waarbij de benedenkerk in westelijke richting met twee traveeën werd uitgebreid en afgewerkt met een nieuwe westgevel. Hierbij werden de 17de-eeuwse elementen verwijderd. In deze fase zijn ook de doopkapel en sacristie toegevoegd, alsook de nieuwe omheiningsmuur met afroephuisje in de noordoosthoek. De eerste ontwerpen voor de begraafplaats in het zuiden dateren eveneens uit deze periode, en zijn een opvallende getuigenis van de toen in Gent spelende ontwikkelingen waarbij Mariakerke symbool stond voor het katholieke reveil.

Behalve recent onderzoek van Onroerend Erfgoed Vlaanderen naar de dakconstructie van de kerk, heeft in het verleden nog geen archeologisch onderzoek plaatsgevonden in en om de Onze-Lieve-Vrouw Geboortekerk. Het net uitgevoerde vooronderzoek heeft dus een eerste inzicht kunnen bieden op het archeologisch bodemarchief. De proefputten binnen wezen onder andere op enkele oudere loopniveaus onder het huidige vloeroppervlak, en pakketten puin die vermoedelijk te relateren zijn aan de westelijke uitbreiding van de kerk. Hieronder bevond zich op 1 m diepte in één van de proefputten een menselijke begraving. Bij twee van de proefputten binnen de kerk zijn op 30 en 50 cm onder het huidige vloerniveau de kettingmuren in natuursteen aangetroffen.

Buiten de kerk zijn, zoals verwacht, restanten van begravingen aangesneden. Hierbij gaat het aan de zuidoostelijke zijde van de kerk om grafkelders die op enkele tientallen centimeters diepte zichtbaar werden. Aan de noordoostzijde van de kerk zijn op een diepte vanaf ca. 1 m onder het huidige maaiveldniveau tot op 1,8 m diepte, resten van (kist)begravingen aangetroffen. De recentste van de ontdekte begravingen dateren vermoedelijk uit de 19de-begin 20ste eeuw. De datering van de dieper gelegen skeletten kon op basis van het vooronderzoek nog niet bepaald worden.

Het vooronderzoek maakt duidelijk dat de aanleg van de verwarmingsinstallatie waardevolle archeologische resten kan verstoren. Een verdere archeologische opvolging van deze zones zal dan ook noodzakelijk zijn.