De voormalige abdij van Terhagen, nu het klooster van de Zusters van Liefde van Jezus en Maria.

Op de hoek van de Molenaarsstraat met de Brandweerstraat staat een 17de-eeuws gebouw. Daarbovenuit, iets verderop in de straat, prijkt het neogotische torentje van de kapel van Terhagen. Deze gebouwen,  reeds 210 jaar eigendom van de congregatie van de Zusters van Liefde van Jezus en Maria, werden als monument erkend en beschermd door de Vlaamse overheid in 2010. De oudste delen (17de-18de eeuw) vormden vroeger een abdij van de cisterciënzerzusters. De abdij Terhagen werd gesticht in 1230 nabij Axel (Zeeuws-Vlaanderen). In de 16de eeuw zochten de zusters toevlucht in Gent waar ze zich definitief vestigden. Na enkele omzwervingen werd het klooster in 1603 gevestigd in de wijk Vogelenzang, in de Molenaarsstraat.
 
De kloostergebouwen en de eerste kapel van Terhagen
Maria Van Hoecke, de 20ste abdis (1603 - 1609) van Terhagen, kocht het Kaetsspel in de Molenaarsstraat en liet er de kapel en een reeks andere gebouwen (werkkamer, kapittel, refter, keuken, pothuis en het abdishuis) optrekken. Onder de volgende abdis werd de kapel afgewerkt en in 1614 toegewijd aan Sint-Bernardus en de 11.000 maagden.  Zowel de kapel als het klooster werden opgetrokken in traditionele zand- en baksteenarchitectuur, waaraan later barokelementen werden toegevoegd.
Ook de laatste abdis van Terhagen had heel wat verbouwingsplannen, maar die werden achterhaald door de politieke gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw.

In 1796 werden door de Franse overheid bij wet alle kloosters en geestelijke stichtingen opgeheven en de kloostergoederen verbeurdverklaard ten voordele van de staat. Het beheer werd toever­trouwd aan de nieuw opgerichte godshuizencommissies. Ook Terhagen werd hierdoor getroffen.
De staat verpachtte de abdijgrond binnen de ommuring en verhuurde de gebouwen. In 1803 werd de prefectuur verzocht de abdij van Terhagen af te staan aan de stad, waarop alle ruimtes werden leeggehaald en opgemeten. De Gentse godshuizencommissie was namelijk reeds een tijdlang op zoek naar een oplossing voor de opvang van chronische zieken, die nergens terecht konden. Het plan was de abdij Terhagen in te richten als een hospice voor ongeneeslijk zieken. 
 
De Zusters van Liefde in Terhagen, 1805
De congregatie van de Zusters van Liefde van Jezus en Maria werd in 1803 te Lovendegem opgericht door Petrus Jozef Triest (Brussel 1760 - Gent 1836). Het succes van deze prille stichting was de Gentse gezagsdragers niet ontgaan en ze verzochten de zusters zich in Terhagen te vestigen om er het hospitaal voor ongeneeslijk zieken te beginnen. Op 30 juli 1805 arriveerden Petrus Jozef Triest en zes zusters. Hun eerste werk was het terug bewoonbaar maken van de gebouwen. Ook de kapel was in slechte staat na het jarenlange gebruik als stal en magazijn. Op 24 maart 1806 werd de kapel een openbare bidplaats.
 
Benedictus De Decker (Zele 1803 - Gent 1874), tweede algemene overste, gaf in 1860 de opdracht voor de restauratie van de kapel. Tussen 1860 en 1864 werden onder meer twaalf gebrandschilderde ramen geplaatst. Hiervoor deed De Decker een beroep op glazenier Charles Van Crombrugghe (Gent 1823 - Gent 1895). Onder de figuur, die de patroonheilige van de schenker voorstelde, kwam zijn of haar wapenschild of, in het geval de weldoener niet van adel was, zijn initialen. Drie ramen zijn nu opgesteld in de neogotische pandgang van het klooster.
 
De bouw van de neogotische kapel
De bestaande kapel was zeer bouwvallig geworden. Op 17 maart 1897 begon de sloop van de kapel. Het concept van de neogotische kapel werd toevertrouwd aan de Gentse architect Emile Van Hoecke-Peeters (Gent 1837 - Gent 1919). De stemmige bidplaats te Gent is een eenbeukige baksteenconstructie met een beschilderd houten spitsbooggewelf. De kapel is negen traveeën breed, op een rechthoekig grondplan gebouwd en bereikbaar door vier deuren. Ze is 32,88 m lang, 10 m breed en werd binnenin het klooster gebouwd met de langsgevels evenwijdig aan de buitengevel van het complex. Merkwaardig is dat de kerkwand ongeveer 2 m verwijderd is van deze straatgevel. De gang die hierdoor op twee boven elkaar gelegen niveaus ontstond, is op de eerste verdieping zelfs zorgvuldig overkluisd.  

Voor zijn zuiver religieuze architectuur paste Van Hoecke-Peeters vooral de neogotiek toe. Hiervoor deed hij een beroep op een aantal vaste medewerkers die instonden voor de ambachtelijke productie van neogotische kunst en meer in het bijzonder van kerkmeubilair, liturgische voorwerpen, beeldhouwwerk, beschilderingen en glasramen. Op 10 april 1898, paaszondag, werd de kapel voor de eerste keer openge­steld voor de zustergemeenschap.

Adres: Molenaarsstaat 24 9000 Gent

Functie: klooster, archief, museum. Enkel toegankelijk op afspraak

http://erfgoedhuis-zljm.org/ 

Het interieur van de neogotische kapel