Begijntjes zijn er niet meer, maar rust vindt u wel in het Begijnhof in Sint-Amandsberg.

Ontstaan van het Groot Begijnhof

Het Groot Begijnhof te Sint-Amandsberg is ontstaan als gevolg van de grote moeilijkheden die het Sint-Elisabethbegijnhof ondervond met de Commissie der Burgerlijke Godshuizen van de stad Gent. Het Sint-Elisabethbegijnhof lag op een plek die zich zeer goed tot stadsuitbreiding leende en in de tweede helft van de 19de eeuw werd de druk van de uitdeinende bevolking op dit begijnhof alsmaar groter.

De stedelijke overheid werkte urbanisatieplannen uit waardoor het Sint-Elisabethbegijnhof zijn gesloten karakter verloor. De grachten werden gedempt en er werden nieuwe straten getrokken, waaronder de Rabotstraat, de Hector Van Wittenberghestraat en de Jan Verspeyenstraat. Maar de voortdurende problemen met het stadsbestuur vormden een belemmering voor het normale religieuze leven op het begijnhof. Er restte slechts één uitweg: elders herbeginnen, los van de stedelijke bemoeienissen.

Een geldschieter werd gevonden in de hertog van Arenberg, die voordien al de problemen van de begijnen van ter Hoye had opgelost. Op de Sint-Baafskouter kocht hij een stuk grond van 8 hectare. Begin 1873 werd begonnen met de bouw van het begijnhof. Het ontwerp was van architect Arthur Verhaegen (1847-1917) die het begijnhof opvatte als een middeleeuwse ommuurde stad. Hij werd geïnspireerd door de zogenoemde Vlaamse gotische stijl van de 15de eeuw, waarbij de Brugse architectuur duidelijk als voorbeeld diende.

In minder dan twee jaar slaagde men erin rondom drie pleinen en langs acht straten tachtig huizen, veertien conventen, een groothuis, een infirmerie, een kapel van Sint-Antonius van Padua en een kerk te bouwen.

De kerk is een ontwerp van Jean-Baptiste Bethune. De verhuis van het oude naar het nieuwe begijnhof had plaats in de loop van september 1874. Het nieuwe begijnhof kon een zeshonderdtal begijnen onderdak verlenen.

Neogotische architectuur

Met uitzondering van het groothuis hebben alle begijnenhuizen en conventen een voortuin, omsloten door een muur. Elke tuinmuur heeft een verschillend uitgewerkt poortje. Boven of naast de poortjes bevinden zich nissen met gepolychromeerde heiligenbeelden. Het begijnhof is een heel illustratief voorbeeld van de toepassing van de neogotische vormentaal. Het 'neogotische' dorp behoort tot de tendens van het zogenoemde archeologisch-religieus exclusivisme binnen de neogotiek.

Deze strekking, die voornamelijk door de Engelsman A.W. Pugin (1812-1852) werd gepropageerd, huldigt de gotiek als enige mogelijke inspiratiebron voor de christelijke architectuur. In Vlaanderen was baron Jean-Baptiste Bethune de voornaamste vertegenwoordiger van deze richting. Samen met zijn vriend Arthur Verhaegen heeft hij zich laten inspireren door de gotische architectuur.

Beschermd monument en werelderfgoed

Een Koninklijk Besluit van 21 april 1994 beschermt het gehele begijnhof als monument en als stadsgezicht. In 1998 werd het took opgenomen in het geheel van begijnhoven die tot werelderfgoed werden uitgeroepen. 

De huizen en conventen zijn bewoond, sommige worden gebruikt door verenigingen.

Adres: Jan Roomsstraat - Engelbert Van Arenbergstraat
Functie: Wonen - zetel van verenigingen

http://www.grootbegijnhof.be

Lees meer over: begijnhof, cultuur, erfgoed

Het Groot Begijnhof dateert uit de 19de eeuw