Kinderen die dood geboren zijn maar minstens 6 maanden werden gedragen door de moeder, moeten worden aangegeven. De procedure vindt u hier.

Inhoudstafel

Beschrijving

Als een kindje dat meer dan 6 maanden gedragen werd, dood wordt geboren of sterft voor de de geboorte is vastgesteld door de geneesheer of vroedvrouw, dient hiervan een akte van overlijden opgesteld te worden.

Voorwaarden

De aangifte van een doodgeboren kind is verplicht vanaf een zwangerschapsduur van 180 dagen (26 weken of 6 maanden).
Was de zwangerschapsduur korter, dan is geen aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand mogelijk.
Indien de ouders dit wensen kan de foetus wel begraven of gecremeerd worden, ongeacht de duur van de zwangerschap.

Wanneer het kind leefde op het ogenblik van de geboorte, maar overleed vooraleer de geboorte werd aangegeven, wordt het kind niet als doodgeboren beschouwd. In dit geval wordt een geboorte- en overlijdensakte opgemaakt en geen akte van aangifte van een levenloos kind.

Uitzonderingen

De ouders hebben de keuze om hun doodgeboren kind een voornaam te geven. Dit is echter geen verplichting, de ouders hebben hierin de vrije keuze.

Procedure

De aangifte van een levenloos kind wordt gedaan door de ouders of begrafenisondernemer bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de overlijdensplaats.

De akte wordt ingeschreven in het register van de akten van overlijden.

Regelgeving

27 APRIL 1999. - Wet tot invoeging van een artikel 80bis in het Burgerlijk Wetboek en tot opheffing van het decreet van 4 juli 1806 aangaande de manier van opstelling van de akte waarbij de ambtenaar van de burgerlijke stand constateert dat hem een levenloos kind werd vertoond.
Het nieuwe artikel 80bis voorziet in de niet-verplichte toekenning van een voornaam voor het kindje.

Contacten