Stadsdichters en Dichters des Vaderlands

In Engeland duiken door het bestuur aangestelde dichters al in de middeleeuwen op. Soms ter bewieroking van de machthebber, een andere keer ter literaire verfraaiing van een veldslag of een huwelijk. Maar evengoed is zo'n officiële 'hofdichterschap' een erefunctie en een blijk van waardering voor een bijzonder dichterschap. De laatste jaren is het steeds nadrukkelijker een kanaal om op een toegankelijke en vaak verrassende manier aan poëziepromotie te doen.

Een van de eerste aan het Engelse hof verbonden dichters was Geoffrey Chaucer, recentere voorbeelden van poet laureates zijn Ted Hughes, Andrew Motion en Carol Ann Duffy.

Op 27 januari 2000 werd Gerrit Komrij de eerste Nederlandse Dichter des Vaderlands. Het was geen officiële functie, maar het resultaat van een verkiezing (die Komrij overigens niet won, maar winnaar Rutger Kopland zag de werklast niet zitten). Hij bekleedde de titel tot 2004 en wierp zich op als een ambassadeur van de Nederlandse poëzie. Hij werd opgevolgd door Simon Vinkenoog (2004-2005), Driek van Wissen (2005-2009), Ramsey Nasr (2009-2013), Anne Vegter (2013-2016) en Ester Naomi Perquin (2017-heden).

In België is er geen officiële Dichter des Vaderlands, maar in januari 2014 startte op initiatief van onder meer Poëziecentrum een literair uitwisselingsproject waarbij Charles Ducal als officieuze Dichter des Vaderlands van België werd benoemd. Doel van het project was om 'bruggen te slaan tussen de verschillende taalgemeenschappen in ons land dankzij en omwille van de poëzie'. In 2016 werd Ducal opgevolgd door de Brusselse dichteres Laurence Vielle. In 2018 is het aan Els Moors.

In navolging van de Dichter des Vaderlands stelden heel wat steden, dorpen en provincies eigen stadsdichters aan. In Vlaanderen beet in 2003 Antwerpen de spits af, met Tom Lanoye. Maar datzelfde jaar nog volgde Gent, met de aanstelling van Roel Richelieu van Londersele. In Gent wordt de functie van stadsdichter afgewisseld met die van stadscomponist (met onder meer Peter Vermeersch, Ann Pierlé en Fulco Ottervanger).

In Nederland was de allereerste stadsdichter Emma Crebolder, in 1993 reeds. Pas in 2001 kreeg zij opvolging in Dordrecht, met Jan Eijkelboom.

De provincie Oost-Vlaanderen stelde in 2010, naar analogie met de stadsdichters, Lut de Block aan als eerste plattelandsdichter, met als doel 'een verhoging van de aandacht voor het platteland'. Zij werd opgevolgd door Johan de Boose (2012-2015). In 2016 werd Paul Demets als plattelandsdichter aangesteld.

Babel Lascaux door Erwin Mortier
Babel Lascaux door Erwin Mortier

Stadsgedichten

Het is hier altijd laat van licht : Amsterdamse stadsgedichten

Het is hier altijd laat van licht : Amsterdamse stadsgedichten

Antwerpse stadsdichters

Antwerpse stadsdichters

Een geweldige liefde : stadsgedichten 2014-2016

Een geweldige liefde : stadsgedichten 2014-2016

Niet over het Spaarne! : gedichten

Niet over het Spaarne! : gedichten

Gedichten en prozagedichten uit de periode 2009 tot 2013 van de stadsdichteres van Haarlem over opmerkelijke gebeurtenissen in die stad.

Antwerpen/Oostende ; Oostende/Antwerpen

Antwerpen/Oostende ; Oostende/Antwerpen

Gedichten over Antwerpen en Oostende; met dvd.

Stadsgedichten 2005-2006

Stadsgedichten 2005-2006

En toen werd ik wakker : dromen van Gent

En toen werd ik wakker : dromen van Gent

Stadsgedichten

Stadsgedichten

Bijdragen van de Vlaamse auteur (1958- ) als stadsdichter van Antwerpen.

Hoe is 't : gedichten in 't stad

Hoe is 't : gedichten in 't stad

Documentatie in woord en beeld van projecten van de Nederlandse schrijfster (1952- ) als stadsdichter van Antwerpen.

Voor de stad en de wereld : de gedichten tot dusver

Voor de stad en de wereld : de gedichten tot dusver

Stadsdichters verhalen : een bloemlezing van stadsdichters uit Nederland en Vlaanderen

Stadsdichters verhalen : een bloemlezing van stadsdichters uit Nederland en Vlaanderen

Ik voel me verf : portretten, stadsdichters, gedichten

Ik voel me verf : portretten, stadsdichters, gedichten

Portretfotograaf Joost Bataille fotografeerde vijftig stadsdichters uit Nederland en Vlaanderen. De dichters schreven daarbij een passend gedicht

Dichter bij vroeger : dichters verhalen over het Halle van toen

Dichter bij vroeger : dichters verhalen over het Halle van toen

Stadsgeluiden : gedichten over stad en dorp

Stadsgeluiden : gedichten over stad en dorp

Gedichten van zondagsdichters over hun stad of streek.

Slordig met geluk : gedichten

Slordig met geluk : gedichten

Gedichten die zich vooral op (gemankeerde) liefde en dood richten en die deels een reflectie zijn op Wigmans stadsdichterschap van Amsterdam.

Oude stoute wijze stad : gedichten over Ninove

Oude stoute wijze stad : gedichten over Ninove

David Troch

David Troch debuteerde in 2008 bij Poëziecentrum met laat avond taal. In 2012 volgde buiten westen waarmee hij genomineerd werd voor de Herman de Coninckprijs. Uit de vijf genomineerden koos het publiek toen Trochs gedicht gezel als beste gedicht . Een jaar eerder, in 2012 won Troch de derde editie van de Turing Gedichtenwedstrijd, goed voor 10.000 euro, het hoogste geldbedrag ter wereld voor één gedicht.

Voor zijn stadsdichterschap zocht Troch de communicatie met de Gentenaars op. Hij gaf onder meer intieme voorleessessies in Gentse bibliotheken en spoorde iedereen aan om zijn gedicht 'gent en ik' in zoveel mogelijk talen te vertalen. Dit leidde tot de uitgave van de bundel gent en ik: gebundelde vertalingen. In december 2016 verscheen een geweldige liefde: stadsgedichten 2014-2016.

Zijn laatste daad als stadsdichter was het uitzwaaien van de allerlaatste leners van Bibliotheek Zuid op 14 januari 2017. 

gent en ik

gent en ik

op schoolreis leerde ik u kennen als tuig
dat allemans armen en benen uit wou rekken.
terstond stopte ik met groeien. zo perplex was ik.

maar ook ik speelde de verbeelding van het kind
kwijt en keerde koen en onverschrokken naar u terug.
ik deelde dorst en honger, botste aan een schoolpoort

tegen een geweldige liefde op. zo wist u mij te strikken.
toch durf ik niet te stellen dat ik mijn laatste woorden
lukraak bij u neerleg. ik ben vaak van u weg.

David Troch

Peter Verhelst

“Het leek me beter dat Gent zelf schrijft, zo worden alle Gentenaars die eraan meewerken een beetje stadsdichter."

Peter Verhelst wilde tijdens zijn stadsdichterschap (2009-2011) vooral de Gentenaars zelf aanzetten tot schrijven. Een opvallende actie tijdens zijn project 'Dromenvanger' was een overnachting met kinderen in de Belvédère van de Gentse Boekentoren, om het 'delen' van dromen verder aan te zwengelen. Op Gedichtendag 2012 stelde hij het resultaat van zijn project voor: En toen werd ik wakker: dromen van Gent. "Ik zag het als een manier waarop inwoners van een stad zelf iets geven én terugkrijgen, een schatkist waaruit iedereen naar believen zou kunnen putten." 
Het leverde een rijk geschakeerde mozaïek op van echte dromen, met af en toe een literair pareltje en soms een Gentse locatie als leidraad. De bekendste in de selectie opgenomen Gentse dromer-schrijver bleek Herman Brusselmans.

Bron: Literair Gent, redactie

Erwin Mortier

De in Gent geboren schrijver en dichter Erwin Mortier bekleedde de functie van Gentse stadsdichter in de periode 2005-2006. Tijdens zijn stadsdichterschap stelde hij vragen naar de waarde van ons culturele erfgoed en de maatschappelijke rol van de poëzie.
Het vers Patrologie/Vaderleer kreeg een vaste plaats in De Zwarte Doos. Het gedicht Babel-Lascaux of de Heilige Hieronymus in zijn studio werd aangebracht in de Gentse stadsbibliotheek aan het Zuid. Een derde vers, Onze magazijnen/Depot voor verboden voorwerpen schonk hij aan het STAM. 
De drie verzen maken deel uit van Uit één vinger valt men niet, gedichten bij foto's van Lieve Blancquart. 

De dichtbundel Voor de stad en de wereld bevat Algemene Mobilisatie, dat hij schonk aan de Stad Gent ter gelegenheid van de dag van de extreme armoede.  
Het lange gedicht Mit Brennender Sorge schonk hij namens Gent aan Antwerpen, nadat in die stad een aantal racistische moorden werden gepleegd. 

Mortier nam afscheid van het stadsdichterschap met het tweeluik Politique des Poètes en Aan de dichters.

Bron: Literair Gent, Bart Doucet

Roel Richelieu van Londersele

Roel Richelieu van Londersele was in 2003 de eerste stadsdichter van Gent. Geboren in 1952 in Ninove bleef hij na zijn studies in Gent wonen. In zijn functie als stadsdichter schreef hij historisch getinte gedichten over Gent en de Gentenaars en voor het jaarlijkse culturele evenement OdeGand. Daarnaast maakte hij verzen voor het Gentse kindermuseum de Wereld van Kina en in opdracht van het Poëziecentrum. Datzelfde Poëziecentrum presenteerde Richelieu’s Gent in gedichten in 2005 in een bibliofiele doos op posterformaat, in een kalligrafie van leden van het Gentse Dienstencentrum De Regenboog. Daaraan werd ook het gedicht Toen ik klein was en onder tafel woonde toegevoegd, uit Een jaar van september (1992); het werd in brons vereeuwigd door de Gentse keramist-kunstenaar Marf en in de Gentse Poëzieroute aangebracht aan de voet van het Belfort (kant Sint-Baafsplein). Marf visualiseerde ook Richelieus verzen voor het Monument voor verdwenen personen (achter het Gravensteen), op het marktplein in Zwijnaarde en in De Campagne in Drongen (over de jezuïeten-novicen). In de Gentse bibliotheek aan het Zuid is begin 2009 nog zijn bladwijzergedicht Ik heb je ontmoet op bladzijde een op een spandoek aangebracht.

Bron: Literair Gent, Jean-Paul Den Haerynck

Coenraed De Waele

Officiëel is hij het nooit geworden, maar voor heel wat Gentenaars was Coenraed De Waele al geruime tijd voor 2002 - toen de plannen voor een Gents stadsdichterschap voor het eerst opdoken - de 'officiëuze' stadsdichter van Gent. Bekend bij velen als 'de ongekroonde Gentse nachtburgemeester', berucht om zijn dj-sets en als oprichter van de politieke partij Digter - eerst in 2000, en een tweede keer in 2012 met toen als eerste programmapunt 'de herverdeling van de liefde' - solliciteerde De Waele openlijk naar de functie van stadsdichter. Ook het Poëziecentrum schoof hem naar voor als de geschikte kandidaat.

'Ik heb vrije podia georganiseerd, zeker zesduizend dichtbundels verkocht in Gentse kroegen, zelfs in de Veldstraat gratis poëzie uitgedeeld. Een stadsdichter voor Gent moet in de stad wonen,' klonk het op 12 februari 2002 in Het Nieuwsblad. Maar uiteindelijk werd niet De Waele, maar Roel Richelieu van Londersele de eerste Gentse stadsdichter, en ook in de jaren die volgden viel de keuze telkens op iemand anders. Toch werd hij, bijvoorbeeld naar aanleiding van het verschijnen van een nieuwe bundel, een optreden of nieuws van minder literaire strekking, in de media herhaaldelijk als 'de officieuze stadsdichter van Gent’ omschreven. En even vlotjes maakte men daar kortweg ‘de stadsdichter’ van.

In 2012 publiceerde De Waele de verzamelbundel Biebabeloela!, met daarin al zijn gedichten uit de periode 1984-2012. Als voetballiefhebber stond hij ook in voor 'het kampioenenlied' van K.A.A. Gent in 2015: 'Ons Gantwoaze ee gien poen. / Tog zein me wei neu kampioen. / Tes nog maar den ieste kier. / Un minuutse, er komt noch mier!'

Om Gent gedicht

Voor de bloemlezing Om Gent gedicht selecteerde acteur en auteur Guido Lauwaert meer dan honderd gedichten over Gent, van Prudens van Duyse tot David Troch. Michiel Hendryckx stond in voor de foto's.
Het boek bevat 'odes aan de drie torens die het stadsbeeld van Gent bepalen ('De torens van Gent'), aan historische gebouwen ('Gravensteen'), aan vermaarde schrijvers ('Een ode aan Richard Minne') en andere bekende personen ('Edward Anseele in Gent') die onlosmakelijk met Gent verbonden zijn'.

Kunnen we iets verbeteren aan deze pagina? Laat het ons weten.